alledaagse dingen

Verkiezingsgedachten

Reden voor optimisme: dat we in groten getale pro-Europees hebben gekozen, dat we geen land zijn geworden van nurkse, boze tegenstemmers en dat we – hoop ik dan toch – in elk geval de grenzen niet helemaal dichtgooien voor mensen die onze hulp nodig hebben. En de hoge opkomst! Om ontroerd van te raken. Ik vind het echt prachtig om in The New York Times over ons land te lezen: “Election turnout was high, with polling places seeing a steady stream of voters from early morning until the polls closed at 9 p.m. Of the 12.9 million Dutch citizens eligible to cast ballots, more than 80 percent voted.” Dat zijn wij.

Reden voor pessimisme: dat ons land blijkbaar onder water moet lopen voordat we zeggen ‘Goh, misschien is die klimaatverandering toch wel een dingetje’. Ik wil een land dat voorop loopt en innovatief is. Dat durf te stellen: in 2030 ligt die hele fossielebrandstoffen-industrie knockout op de grond, en we beginnen nú. Maar Nederland koos gisteren voor eerst nog maar eens een paar jaar kop in het zand, asfalt bijleggen, verandering tegenhouden en de pijn doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen.

Aside
andere dingen

Mirwais

Mirwais zegt: I haven’t hurt an ant. Zijn Engels is redelijk, maar om te verduidelijken wat hij bedoelt, drukt hij zijn duim uit op de grond.

Een vlieg, zeg ik. In Nederland zeggen we: ik heb nog geen vlieg kwaad gedaan.

Een vlieg?

Met mijn vinger trek ik een willekeurige lijn door de lucht, tussen ons in, en maak een bzz-geluid. Hij begrijpt het, en herhaalt me.

Geen vlieg kwaad gedaan.

Hij is 23 en komt uit Kabul, Afghanistan. Iets meer dan een jaar is hij nu in Nederland. De kamer in het AZC, van drie bij twee, deelt hij met een andere jongen. In de hoek staat een klein tafeltje, daar eten ze aan. Hij probeert een beetje gitaar te spelen sinds hij hier is, gewoon, om te kijken of hij het zichzelf kan aanleren. Hij leest Kuifje en hoopt dat zijn Nederlands er beter van wordt.

Een verblijfsvergunning heeft hij niet, maar hij heeft goede hoop. Bij gesprekken met het IND kan hij veel documenten laten zien, papieren. Aantonen waar hij vandaan komt, wat hij meegemaakt heeft. Dat het niet anders kon.

De medewerker had gevraagd of hij getrouwd was. Nee, antwoordde hij. Kinderen dan? Mirwais giechelt als hij het navertelt. Zo’n malle vraag. Hoe kun je nou niet getrouwd zijn en wel kinderen hebben.

Hij wil straatfotograaf worden. Heeft al een camera, cadeau gekregen van iemand die hoopt dat hij hier slaagt. Hij kan mij uitleggen waar je op moet letten als je een goeie wil. Als hij een verblijfsvergunning krijgt, wil hij naar Marrakech om daar foto’s te maken.

Hij was laatst naar een wedstrijd van AZ. Dat was georganiseerd voor hem en andere vluchtelingen. Ik vraag: was dat de eerste keer dat je in een stadion was? Wel om voetbal te kijken, zegt hij. Lees verder

Standard
mijn boeken

Jongeschrijversgids

Vrij Nederland vroeg me mee te werken aan hun jongeschrijversgids: 35 schrijvers van onder de 35 over hun boeken en hun ambitie. Met van alle 35 ook een fragment uit hun werk. Ik stuurde een stukje uit mijn nieuwe roman, die dit najaar moet uitkomen bij Das Mag. Die heeft nog geen definitieve titel, dus er staat in de special ‘Z.T.’ boven: Zonder Titel.

Dat stukje kun je hieronder lezen. Ben je benieuwd naar de hele special van VN; die is hier te bestellen, of hier via Blendle te lezen. En natuurlijk in de kiosk te vinden. Lees verder

Standard
muziek

We’re all in high school of life, and we’re all waiting for the teacher to turn around long enough to take that pen, that we’ve been chewing on long enough that it’s got a sharp enough end, that you could scratch in your initials, and right next to the ‘I was here’, you put your own.

Ryan Adams bij All Songs Considered

Citaat
andermans boeken

Harstad

De eerste keer dat ik een boek van Johan Harstad las, was eind mei 2009. Ik was naar een verjaardag geweest in Heerhugowaard en wilde daarna nog naar iets anders zaterdagavondigs in Utrecht, en in de trein sloeg ik Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? open. (Ik zette dat ook op Twitter geloof ik, dat ik in dat boek begon, want dat was hoe we toen Twitter gebruikten.)

Later zei ik weleens dat dat boek er mede aan aan had bijgedragen dat ik zelf wilde schrijven. De taal was zo origineel; ik wist daarvoor niet dat het kón, zo. Ik las ook Hässelby, waanzinnig in elke zin van het woord maar uiteindelijk minder indrukwekkend, zijn young adult-boek Darlah: 172 uur op de maan en zijn verhalenbundel Ambulance. Die laatste is geschreven vóór Buzz Aldrin, maar je kunt al zien hoe hij zijn stijl aan het ontwikkelen is: fijnzinnige metaforen, lange zinnen met veel komma’s en veel gevoel voor originele ontmoetingen en relaties tussen mensen.

Komende lente komt zijn nieuwe roman uit, Max, Micha & het Tet-offensief. Het kan niet anders dan zijn magnum opus zijn, afgaande op de voortekenen. Het heeft 1184 pagina’s (elfhonderdvierentachtig!) en omspant meerdere decennia. In zijn thuisland Noorwegen is Harstads derde roman lovend ontvangen en op Goodreads heeft hij een gemiddelde van 4,5 van de 5 sterren. Uitgeverij Podium stuurde me een voorproefje op, zestig pagina’s ergens uit het begin van het boek, en ja: het was weer als eind mei 2009.

Standard
andere dingen

Pijplijn

Ik stuurde vandaag een mail naar mijn bank.

Hoi Marlies (en de anderen van ING),

Ik heb er na onze laatste communicatie een tijdje mee rondgelopen, maar het nieuws van gisteren over de schandelijke pijplijn in de VS, waar jullie dus met 120 miljoen dollar in zitten, geeft de doorslag. Ik haal mijn spaargeld bij jullie weg en ga naar een bank die meer doet voor een betere wereld.

Uit jullie eigen reactie op het nieuws begrijp ik dat ING met die lening in z’n maag zit. Er zijn 17 banken die samen 2,5 miljard dollar hebben toegezegd, omdat er nu eenmaal heel veel olie moet worden verplaatst. (Ik moet nu erg mijn best doen om de cynicus in me niet te laten winnen, want die wil zeggen: omdat de wereld nu eenmaal hartstikke stuk moet, en dit is een prima manier.) Jullie kunnen er naar eigen zeggen niet meer onderuit. Die 120 miljoen moet dus worden overgemaakt. Want contracten en zo.

Die overstap is niet niks. Ik zit al bij jullie sinds ik klein was en het nog De Postbank heette. Bij mijn ‘Pennie-rekening’ kreeg ik een blauwe spaarpot met vakjes voor alle muntjes, gesorteerd op grootte, zodat je er eentje in kon laten rollen en dan viel hij bij het juiste vakje naar binnen. Ik wist toen niets over klimaatverandering. Daar zal wel een metafoor in zitten over jeugdige onwetendheid, en dat ik nu, zo’n 25 jaar later, met licht trillende vingers omdat ik me zo zit op te winden, het idee heb dat ik wél weet waar ik me zorgen over zou moeten maken. Maar ja, nu weten jullie het niet. Lees verder

Standard
alledaagse dingen

Hans Breukhoven

Hoe vaak zag ik Hans Breukhoven in mijn tijd bij Free Record Shop? Er zijn in elk geval drie momenten die mijn geheugen me nu toestaan. Eén keer was op het traditionele jaarfeest, op een locatie ergens in Nederland, waar alle medewerkers (we heetten ‘samenwerkers’ in het Free-lexicon) met bussen naartoe gereden werden. Er was gratis eten en drinken, er traden artiesten op. Er werd niet beknibbeld. Hans en Vanessa waren er ook.

Een andere keer was bij de opening van een nieuw filiaal, aan de Laat in het centrum van Alkmaar. Begin 2004. Hij was er altijd bij als een nieuwe winkel de deuren opende, en dan wilde hij de eerste klant zijn. Dus hij kocht iets, betaalde met een twintigje en schreef er iets op. ‘Wat een mooie winkel is het geworden’, zoiets. ‘Veel succes, liefs Hans’. Dat briefje hing jarenlang ingelijst in de achterruimte.

De stroom viel eens uit op heel station Haarlem, terwijl ik daar in de FRS-kiosk stond. Dit was ruim een jaar voordat ik naar het Alkmaarse filiaal ging, schat ik. Alles donker. De stereo deed het nog wel, dus ik draaide Mag het licht uit van De Dijk op repeat. Het was een heel rare ochtend. Na een uurtje sprong alles weer aan – en dat was het moment dat Hans zomaar het winkeltje binnen kwam lopen. Het moet puur toeval geweest zijn, dat kan niet anders, maar het heeft altijd een beetje gevoeld alsof ik aan een vreemd soort stresstest was onderworpen door mijn eerste baas.

Het leven en de jaren denderden eroverheen. Ik ging andere dingen doen. De Free Record Shop ging failliet. Cd’s verkochten niet meer. Hans Breukhoven kreeg alvleesklierkanker.

In een Facebook-groep voor mensen die ‘ooit bij de Free gewerkt hebben’ liet hij in maart nog een bericht achter. Hij richtte zich tot zijn “lieve ex-samenwerkers”. Velen van hen hadden hem na het nieuws over zijn ziekte een kaartje gestuurd. Dat deed hem goed. Hij schreef: “Ik denk dat ook juist door al de aandacht ik de kracht heb om dit ‘klote’ gevecht te strijden met de 100% positieve overtuiging dat ik zal genezen”.

Dat deed me denken aan de winkels. Want als iets de aanmoedigingen vanuit het hoofdkantoor in Capelle aan den IJssel kenmerkte, de dagelijkse updates en de gestencilde nieuwsbrieven, dan was dat het: het kán, het gaat ons lukken, schouders eronder, overal liggen kansen. Dat werk.

Hij schreef in maart ook: “Ik heb alle statistieken al verslagen, want had eigenlijk allang dood moeten zijn, maar nee hoor, ik blijf doorgaan en zodra ik genezen ben geven we weer een ouderwets FREE feest.”

Hans Breukhoven overleed vandaag, 20 januari 2017, na een gevecht met alvleesklierkanker. Over mijn tijd bij Free Record Shop schreef ik al eens dit verhaal.

Standard