Boeken

Een uur en achttien minuten (2011)

Een uur en achttien minutenOp een zondagochtend komt de 25-jarige student Johan met de trein aan in zijn geboortedorp in West-Friesland. Hij keert terug omdat Joey, een van zijn vier jeugdvrienden, de avond daarvoor volkomen onverwacht zelfmoord heeft gepleegd. In de week tussen zijn dood en de begrafenis proberen de jongens antwoorden te vinden op de vraag waarom hun vriend een einde aan zijn leven maakte en wat dat betekent voor hun eigen levens.

Een uur en achttien minuten is, zoals het op de achterflap staat, “het indringende en raak geobserveerde verhaal van vier vrienden die binnen één week hun zorgeloze jeugd moeten herzien”.

“Zantinghs stijl is krachtig, suggestief, soms wat stug en introvert, alsof er nog een wereld schuilgaat achter alles wat niet uitgesproken wordt”, schreef de Volkskrant. “Bovendien kan Zantingh beklijvende scènes schetsen, zonder dat het hem een greintje moeite schijnt te kosten”, vonden ze bij de Belgische krant De Morgen. En het boek werd genomineerd voor zowel de publieks- als de juryprijs van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2012.

Ik luister muziek.
Liedjes waar ik mijn gevoel in probeer te herkennen. Dat lukt niet altijd, maar dan maak ik het ervan. Ik ben snel tevreden. Liedjes helpen me breken wanneer ik te lang heel blijf.
Ik schrijf.
Om iets te kunnen vertellen zonder te worden getroost.
En ik lees.
Een sms’je dat ik gisteravond kreeg.
“Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt. J”
Tachtig tekens, een half sms’je. De uitnodiging om hier weer te zijn, in het dorp waar ik volwassen werd. Waar ik een prachtige jeugd achterliet en nu een lading verdriet kom ophalen. En waar ik voor aanstaande vrijdag een zwart pak moet regelen.

Mijn debuutroman wordt uitgegeven door De Arbeiderspers. Je kunt Een uur en achttien minuten in de boekhandel kopen, of online. Het kost €18,50, maar dan mag je het ook echt houden.

De eerste maandag van de maand (2014)

De eerste maandag van de maandToen hij met Sara was, had de dertigjarige Boris weinig last van zijn dwangstoornis. Maar als zij de relatie op een maandagochtend verbreekt, gaat het bergafwaarts. Hij kan niet anders dan twee straten verderop bij zijn alleenstaande vader aanbellen – een stugge weduwnaar die zijn zoon wel wil helpen, maar dat kan alleen als ze beiden hun grootste zwaktes toegeven. Tijdens een gezamenlijke trip naar Praag komen de verhoudingen op scherp te staan.

De eerste maandag van de maand is een roman over de illusie dat je je eigen leven onder controle hebt.

“Zantingh weet emoties mooi in taal te vangen”, schreef Trouw over het boek. Literair Nederland vond het “een mooi gestructureerde puzzel”. En “de finale is in alle beknopte eenvoud fenomenaal”, stond in de regionale dagbladen.

Om vijf over elf belde ik aan. Het geluid was ook aan mijn kant van de deur te horen. Ik had mijn linkerhand in mijn mouw verstopt, met de rechter had ik mijn sporttas vast.
‘Ha pap,’ zei ik toen hij opendeed. Ik knikte schuin omlaag. ‘Ik heb een tas bij me.’
‘Ik zie het.’ Hij stapte achteruit om ruimte voor me te maken. Ik liep naar binnen, de woonkamer in, die er nog altijd uitzag als de woonkamer waar ik in opgegroeid was. Ordelijk, netjes. De VARA-gids in het vakje onder de televisie, de afstandsbedieningen erop. De twee banken van gebroken wit, haaks op elkaar. De stereo in de hoek, naast de oude, bruine, leren stoel waar nooit iemand in zat. Elk meubelstuk stond erbij alsof er een liniaal bij gebruikt was. Hier liep de melk nooit over, was de koffie nooit te sterk, de suiker nooit op, het vlees nooit aangebrand, de vuilnisbak nooit vol.
Mijn vader was een man zonder klein leed.

Ook mijn tweede boek wordt uitgegeven door De Arbeiderspers. Je kunt het in de boekhandel kopen, of online kopen. Dit boek is 45 cent duurder dan mijn vorige (€18,95 dus), maar ook ongeveer dertig pagina’s dikker, dus dat is best goed.

We vergaten te voetballen (2016)

We vergaten te voetballen - coverLouis van Gaal die een sterk team als ‘different cook’ kwalificeert, Ronald Koeman die zegt dat zijn ploeg ‘fortraffic’ heeft gespeeld. Johan Cruijff die wilde dat er ‘met het mes op de schede’ gespeeld werd. Twee voetballers die ‘in hetzelfde beschuitje’ zitten. En een middenvelder die in een ‘zespuntenwedstrijd’ als een ‘stofzuiger’ over het veld rent en met zijn ‘chocoladebeen’ de bal in ‘de winkelhaak’ schiet.

Voetballers en trainers worden niet betaald om te praten, maar doen het wel continu. Waar komen termen als ‘salonremise’, ‘tiki-taka’ en ‘Geheimfavorit’ vandaan? Wat zijn de mooiste woorden in het voetbal en waar moeten we zo snel mogelijk vanaf? En waarom is het zo leuk om ‘pienantie!’ te roepen?

We vergaten te voetballen is een feest van herkenning voor taal- en voetballiefhebbers, vol rake observaties en mooie anekdotes uit volkssport nummer één.

Het boek kreeg goede recensies. Trouw vond het “een kostelijk werkje”. NRC gaf vier sterren en schreef: “Uit alle stukjes blijkt dat Zantingh een groot liefhebber is – van voetbal, van taal, en van gedegen onderzoek.” Voetbalcultuurmagazine Staantribune noemde het “een klassiekertje in wording”.

Toch gek: ‘voetballen’ betekent voor veel beoefenaars van de sport iets anders dan ‘het beoefenen van de sport’. Wekelijks zegt een coach na een wedstrijd ‘we vergaten te voetballen’ – waarmee hij niet bedoelt dat de ploeg nog aan de pasta zat terwijl de tegenstander al op het veld stond. Hij bedoelt: we speelden niet goed.
Tot in de diepste regionen van het amateurvoetbal, daar waar de rechtsback elke week een enorme kater heeft en de keeper in de rust een peukje rookt, wordt het werkwoord zonder enige ironie zo ingezet: ‘Jongens, wel gewoon blijven voetballen hè. Hun hebben net zo goed last van de wind.’ Of door een vader die het pupillenteam van zijn zoontje coacht: ‘Mees, als jij nou je iets laat zakken, dan komt Hicham meer aan voetballen toe.’
Maar je vraagt je toch af hoe zo’n man dat bloedserieus tegen achtjarige jongetjes zegt, en of hij niet tien minuten later, terwijl hij met een lange metalen stok een bal uit de sloot haalt, bij zichzelf denkt: ‘Jezus, Willem, laat die Mees nou gewoon blind op die bal af rennen als hij dat wil. Voetballen kan hij altijd nog.’

Ook We vergaten te voetballen verscheen bij uitgeverij De Arbeiderspers. Het kost 15 euro.