alledaagse dingen

Vliegtuigje

Ik verpotte plantjes op het balkon. Het was zondagmiddag. Het regende niet, maar er werd flink mee gedreigd. Ze wilde erbij, rende om me heen, sprong op de pergola om hoger te zijn en alles te kunnen overzien. De lucht bleef leeg; geen regen. Wel een vliegtuigje, ver weg. Ik pakte mijn telefoon.

Afbeelding
alledaagse dingen

Verkiezingsgedachten

Reden voor optimisme: dat we in groten getale pro-Europees hebben gekozen, dat we geen land zijn geworden van nurkse, boze tegenstemmers en dat we – hoop ik dan toch – in elk geval de grenzen niet helemaal dichtgooien voor mensen die onze hulp nodig hebben. En de hoge opkomst! Om ontroerd van te raken. Ik vind het echt prachtig om in The New York Times over ons land te lezen: “Election turnout was high, with polling places seeing a steady stream of voters from early morning until the polls closed at 9 p.m. Of the 12.9 million Dutch citizens eligible to cast ballots, more than 80 percent voted.” Dat zijn wij.

Reden voor pessimisme: dat ons land blijkbaar onder water moet lopen voordat we zeggen ‘Goh, misschien is die klimaatverandering toch wel een dingetje’. Ik wil een land dat voorop loopt en innovatief is. Dat durf te stellen: in 2030 ligt die hele fossielebrandstoffen-industrie knockout op de grond, en we beginnen nú. Maar Nederland koos gisteren voor eerst nog maar eens een paar jaar kop in het zand, asfalt bijleggen, verandering tegenhouden en de pijn doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen.

Aside
alledaagse dingen

Hans Breukhoven

Hoe vaak zag ik Hans Breukhoven in mijn tijd bij Free Record Shop? Er zijn in elk geval drie momenten die mijn geheugen me nu toestaan. Eén keer was op het traditionele jaarfeest, op een locatie ergens in Nederland, waar alle medewerkers (we heetten ‘samenwerkers’ in het Free-lexicon) met bussen naartoe gereden werden. Er was gratis eten en drinken, er traden artiesten op. Er werd niet beknibbeld. Hans en Vanessa waren er ook.

Een andere keer was bij de opening van een nieuw filiaal, aan de Laat in het centrum van Alkmaar. Begin 2004. Hij was er altijd bij als een nieuwe winkel de deuren opende, en dan wilde hij de eerste klant zijn. Dus hij kocht iets, betaalde met een twintigje en schreef er iets op. ‘Wat een mooie winkel is het geworden’, zoiets. ‘Veel succes, liefs Hans’. Dat briefje hing jarenlang ingelijst in de achterruimte.

De stroom viel eens uit op heel station Haarlem, terwijl ik daar in de FRS-kiosk stond. Dit was ruim een jaar voordat ik naar het Alkmaarse filiaal ging, schat ik. Alles donker. De stereo deed het nog wel, dus ik draaide Mag het licht uit van De Dijk op repeat. Het was een heel rare ochtend. Na een uurtje sprong alles weer aan – en dat was het moment dat Hans zomaar het winkeltje binnen kwam lopen. Het moet puur toeval geweest zijn, dat kan niet anders, maar het heeft altijd een beetje gevoeld alsof ik aan een vreemd soort stresstest was onderworpen door mijn eerste baas.

Het leven en de jaren denderden eroverheen. Ik ging andere dingen doen. De Free Record Shop ging failliet. Cd’s verkochten niet meer. Hans Breukhoven kreeg alvleesklierkanker.

In een Facebook-groep voor mensen die ‘ooit bij de Free gewerkt hebben’ liet hij in maart nog een bericht achter. Hij richtte zich tot zijn “lieve ex-samenwerkers”. Velen van hen hadden hem na het nieuws over zijn ziekte een kaartje gestuurd. Dat deed hem goed. Hij schreef: “Ik denk dat ook juist door al de aandacht ik de kracht heb om dit ‘klote’ gevecht te strijden met de 100% positieve overtuiging dat ik zal genezen”.

Dat deed me denken aan de winkels. Want als iets de aanmoedigingen vanuit het hoofdkantoor in Capelle aan den IJssel kenmerkte, de dagelijkse updates en de gestencilde nieuwsbrieven, dan was dat het: het kán, het gaat ons lukken, schouders eronder, overal liggen kansen. Dat werk.

Hij schreef in maart ook: “Ik heb alle statistieken al verslagen, want had eigenlijk allang dood moeten zijn, maar nee hoor, ik blijf doorgaan en zodra ik genezen ben geven we weer een ouderwets FREE feest.”

Hans Breukhoven overleed vandaag, 20 januari 2017, na een gevecht met alvleesklierkanker. Over mijn tijd bij Free Record Shop schreef ik al eens dit verhaal.

Standard
alledaagse dingen

Mijn favoriete dingen van 2016

Boek: Patrick Kingsley – De nieuwe Odyssee: Het verhaal van de Europese vluchtelingencrisis
Film: The Big Short
Serie: Love
Tv-programma: Sorry voor alles
Filmpje: Ohda! Ohdaaah!
Foto: No Snow, No Ice?
Album: Radiohead – A Moon Shaped Pool
Liedje: Car Seat Headrest – The Ballad of the Costa Concordia
Concert: Glen Hansard, Tivoli Vredenburg, 14 maart
Site: FiveThirtyEight
Longread: Obama Reckons with a Trump Presidency, David Remnick, The New Yorker
Openingsalinea: Portret Kim Kardashian, Caity Weaver, GQ
Column: Tom Jan Meeus – Aboutaleb die de weg uit het wurgende negativisme wijst
Interview: Gerbrand Bakker in de Volkskrant
Podcast: The Memory Palace
Podcast-aflevering: Heavyweight – Gregor
App: Day One
Gifje: Honkballertje verdoezelt struikelpartij
Land: Maleisië
Stad: Lissabon
Vrouw: Amber
Man: Jan Terlouw

Hier mijn favoriete dingen van 2013, hier die van 2014 en hier die van 2015.

Standard
alledaagse dingen, muziek, sport

Reeperbahn

We reden met z’n negenen naar Hamburg. Negen mannen, jonge mannen, vrienden sinds lang daarvoor. Eens in het jaar een weekend, volgens traditie. Hamburg was smerig, in de meest charmante zin van het woord – er stond een kermis zo groot als een dorp, hooligans van St. Pauli hadden de muren tegenover ons hotel beklad. Een keer naar rechts en dan naar links en daar lag de Reeperbahn, grauw en vuig, koude straatstenen en slecht neonlicht.

We zagen een wedstrijd van HSV, treurig onderaan in de Duitse Bundesliga, nog zonder één overwinning. Er hing een groot bord in de kromming van het stadion, een bord dat optelde: zo lang speelt de club al onafgebroken op het hoogste niveau in Duitsland. Hij stond op 53 jaar, 93 dagen, 21 uur, en dan nog wat minuten en seconden. Het tikte door, maar je voelde dat de trots ervan niet meer bestond, je voelde dat dat bord ze om de nek hing, zwaar, en dat de mannen met shirtjes en sjaaltjes voorover moesten buigen om het nog te kunnen dragen. Het werd 2-2 tegen Werder Bremen. HSV bleef laatste.

Eerder op de dag, op zaterdagochtend, was ik in m’n eentje naar het Beatles Platz aan de Reeperbahn gelopen, om weer even te kijken. Ter ere van de periodes die de toen nog beginnende band in Hamburg doorbracht, dagelijks urenlang op de planken van vuile kroegen, staan er uit ijzeren contouren bestaande silhouetten van John, Paul, George en Ringo. Niets bijzonders, eigenlijk. Los van hen, op een paar meter afstand, staat Stuart Sutcliffe. De basgitarist die er niks van kon en het ook niet echt wilde, maar John had hem erbij gevraagd dus hij deed het maar. Hij werd in Hamburg verliefd op een Duits meisje en bleef daar.

’s Avonds, na de wedstrijd, toen we de stampvolle metro uit waren, liepen we er met z’n negenen langs. Een van mijn vrienden vroeg: waarom staat er één gast los van de rest, en dat hoorde ik graag, want toen kon ik erover vertellen.

Standard
alledaagse dingen

Koelkast

We werden midden in de nacht wakker van een geluid een verdieping lager. Hoorde jij dat ook, vroeg mijn vriendin. Ik keek naar het voeteneind van het bed, dat leeg was, en zei: de poes is daar. Ik liep de trap af, in de richting van het geluid, en zag de koelkastdeur openstaan. Het is geen enorm zware deur; als je een paar kilo gewicht hebt om mee aan het handvat te hangen, en een IQ van 120, dan kun je hem ook als kat openkrijgen. Ze had een van de bakken eruit getrokken. Daar zat de kaas in, en een flesje sojasaus dat nu lekte op de keukenvloer. Het was een klein, zwart plasje. De poes keek ernaar. Het was alsof ze een betere oogst had verwacht.
Nu hebben we een kinderslot op de koelkast. Je wint eigenlijk nooit van d’r, je kunt hoogstens gelijkmaken.

Aside
alledaagse dingen

Tuintegels

Hij had net koffie uit de automaat gehaald, de jongen die ik vanuit de trein zag, en draaide zich om. Toen zag hij ons, in die trein die op dinsdagochtend rond 8.15 uur in de ochtend tot stilstand was gekomen tegenover het bedrijf waar hij werkte, vlak voor Maarssen. Geamuseerd deed hij de lamellen opzij en keek hij ons aan, het kartonnen bekertje in zijn rechterhand. Daarna liep hij naar aanpalende kantoortjes om zijn oudere collega’s erop te wijzen: kijk eens, die volle trein, die staat daar zomaar.
Ik kon hem steeds van de ene naar de andere ruimte zien lopen, alsof het een theaterstuk was en wij, treinpassagiers, het publiek dat door de vierde muur heen keek. Overal had hij korte gesprekken tussen bureaus en beeldschermen en kalenders met planningen. Zo van: zie ze daar eens staan, als aapjes in een geel-blauwe kooi, opeengepakt en slaperig, afwachtend en chagrijnig.
Over de reden van ons oponthoud was nog niets omgeroepen, dus hield ik mezelf bezig met raden wat voor bedrijf dit was. Tegen de buitenkant stonden stukken tuintegels, in verschillende kleuren en vormen. De mannen werkten zonder haast, maar waren dus wel al vroeg aanwezig. Ik trok de conclusie dat de trein tot stilstand was gekomen tegenover de administratie-afdeling van een groothandel in tuinbestrating.
Het duurde nog een tijdje voordat de conducteur omriep dat we onze reis richting Amsterdam niet konden voortzetten omdat een andere trein tussen Maarssen en Breukelen een ‘aanrijding met een persoon’ had gehad. We moesten terug naar Utrecht.
Het duurde nog een tijdje voor we weer op gang kwamen; de voorkant van de trein moest de achterkant worden en vice versa. Tegen de tijd dat we wegreden, waren we al een tijdje niet interessant meer voor de tegelmannen. Hun werkdag ging verder waar de onze gestokt was.

Standard