andermans boeken

Terwijl de trein Rotterdam verlaat, schiet me onwillekeurig een flard levensadvies binnen: ‘Do something everyday that scares you.’ Baz Luhrmann populariseerde de gemeenplaats van Mary Schmich met zijn hit ‘Wear Sunscreen’. Wat me dwarszit is de opzichtige leugenachtigheid ervan: het advies opvolgen zou een leven in een voortdurende staat van angstig afwachten betekenen. En toch zie ook ik de aantrekkelijkheid van het idee dat het leven met elke overwonnen angst iets lichter wordt, alsof je waadt door steeds ondieper water.

Jan Postma – Vroege werken

Citaat
andermans boeken

Harstad

De eerste keer dat ik een boek van Johan Harstad las, was eind mei 2009. Ik was naar een verjaardag geweest in Heerhugowaard en wilde daarna nog naar iets anders zaterdagavondigs in Utrecht, en in de trein sloeg ik Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? open. (Ik zette dat ook op Twitter geloof ik, dat ik in dat boek begon, want dat was hoe we toen Twitter gebruikten.)

Later zei ik weleens dat dat boek er mede aan aan had bijgedragen dat ik zelf wilde schrijven. De taal was zo origineel; ik wist daarvoor niet dat het kón, zo. Ik las ook Hässelby, waanzinnig in elke zin van het woord maar uiteindelijk minder indrukwekkend, zijn young adult-boek Darlah: 172 uur op de maan en zijn verhalenbundel Ambulance. Die laatste is geschreven vóór Buzz Aldrin, maar je kunt al zien hoe hij zijn stijl aan het ontwikkelen is: fijnzinnige metaforen, lange zinnen met veel komma’s en veel gevoel voor originele ontmoetingen en relaties tussen mensen.

Komende lente komt zijn nieuwe roman uit, Max, Micha & het Tet-offensief. Het kan niet anders dan zijn magnum opus zijn, afgaande op de voortekenen. Het heeft 1184 pagina’s (elfhonderdvierentachtig!) en omspant meerdere decennia. In zijn thuisland Noorwegen is Harstads derde roman lovend ontvangen en op Goodreads heeft hij een gemiddelde van 4,5 van de 5 sterren. Uitgeverij Podium stuurde me een voorproefje op, zestig pagina’s ergens uit het begin van het boek, en ja: het was weer als eind mei 2009.

Standard
andermans boeken

Another Day in the Death of America

Op het randje van 2016 las ik een van de indrukwekkendste boeken van het jaar: Another Day in the Death of America van Gary Younge. Younge is een van oorsprong Britse journalist. Voor het boek bracht hij een groot onderwerp, wapengeweld in de VS, terug tot een simpele premisse: hij koos een willekeurige dag (23 november 2013) en ging op zoek naar de levensverhalen van de kinderen en tieners die die dag door kogels om het leven kwamen. Lees verder

Standard
andermans boeken

Herfst

Het was een doordeweekse middag, ik zat in de bibliotheek, eigenlijk om te werken maar ik las Herfst van Karl Ove Knausgård. De Noorse schrijver die in het Amerikaans dat rondje bovenop zijn achternaam kwijtraakt – het wordt Knausgaard – schreef de zesdelige autobiografie Mijn Strijd. Zijn werk is belangrijk voor me. Ik las het eerste deel, Vader, in 2013. Het laatste deel moet ik nog; daar wil ik in januari aan beginnen. Het heeft 1.100 pagina’s. Herfst is een tussendoortje. Knausgård schreef in een jaar tijd vier bundeltjes met mini-essays, elk vernoemd naar een seizoen, en dit is het eerste dat naar het Nederlands vertaald is. De rest volgt nu om de drie maanden. Knausgård is niet bijzonder literair – tenminste, niet in de definitie die de meesten erop na houden. Soms is hij ronduit plat. En hij maakt het zich gemakkelijk met die essays. Het is alsof hij elke dag is gaan zitten achter zijn beeldscherm, om zich heen keek en het eerste dat hem opviel is gaan beschrijven. Een vogel. Een schoorsteen. Vingers. Knopen. Een toiletpot. (Hij zal naar het toilet zijn geweest en daar hebben gedacht: ha, stukje). Soms dwaal ik af tijdens het lezen, want hij is regelmatig kaal aan het omschrijven, alsof er slechts een dun laagje schrijverschap over een Wikipedia-pagina gelegd is. Maar dan, soms, is het weer groots, dan zit er een versnellend ritme in de zinnen, dan merk je dat hij een gedachte binnendringt en op iets stuit. Dan is het ontleden van het alledaagse gelukt.

Aside
andermans boeken

Schuld

Ik begon aan Schuld van Walter van den Berg in de trein naar Tilburg, gisteren, omdat ik daar een gastcollege zou geven. Ik ging erin verder op de terugweg, maar we moesten eruit in Geldermalsen omdat er ‘technisch onderzoek’ aan het spoor was (de eerste keer dat ik dat als reden hoorde, en ik kon me er weinig bij voorstellen), dus toen las ik op het perron. Ik zat op een rijtje stenen terwijl ik wachtte op de eerste trein die wel naar Utrecht mocht.

De dag had iets grauws, al was hij dat niet, want op Instagram plaatsten mensen nog steeds foto’s met de hashtag #indiansummer erbij. Dat grauwe zat misschien in de mensen om me heen, alles kwam licht dreigend op me over, onsympathiek en hard en scherp. Misschien zat het in het nieuws als ik de krant pakte, met schietpartijen en bombardementen en Donald Trump. Misschien was het gewoon maandag. Lees verder

Standard
andermans boeken

Kafka

Toen ik donderdagmiddag van de Ferdinand Bolstraat, waar ik koffie had gedronken, naar het Roelof Hartplein liep, kwam ik langs een tweedehandsboekenwinkeltje. Als vanzelf gingen mijn ogen langs de ruggen van de boeken die buiten in een kist stonden. In de hoek lagen een paar Salamander-pockets bij elkaar, en mijn oog viel op Een hongerkunstenaar en andere verhalen van Franz Kafka.

Ik heb nog nooit een boek van Kafka gelezen. Maar via mijn fascinatie voor Elliott Smith kwam ik een paar jaar geleden dit specifieke werk eens op het spoor – de getroebleerde muzikant zou zich hebben laten beïnvloeden door het verhaal over de hongerkunstenaar -, dus ik wilde dit boekje wel hebben. Ten tweede kostte het slechts drie euro, en ten derde paste het bij wie ik op dat precieze moment wilde zijn, geloof ik. Eerst wat zitten schrijven in een Amsterdams koffietentje en dan onderweg naar een afspraak, terwijl de zon schijnt, een tweedehands Kafka kopen, het papier goudgeel getekend door de tijd en “Sonja Bult, 10-12-76” met vulpen op de eerste pagina geschreven. Lees verder

Standard
andermans boeken

“I will,” I say. I stand there wanting to say something else. But I don’t know what. We keep looking at each other, trying to smile and reassure each other. Then something comes into her eyes, and I believe she is thinking about the highway and how far she is going to have to drive that day. She takes her eyes off me and looks down the road. Then she rolls her window up, puts the car into gear, and drives to the intersection, where she has to wait for the light to change. When I see she’s made it into traffic and headed towards the highway, I go back in the house and drink some coffee. I feel sad for a while, and then the sadness goes away and I start thinking about other things.

Raymond Carver – ‘Boxes’

Citaat