mijn boeken

Jongeschrijversgids

Vrij Nederland vroeg me mee te werken aan hun jongeschrijversgids: 35 schrijvers van onder de 35 over hun boeken en hun ambitie. Met van alle 35 ook een fragment uit hun werk. Ik stuurde een stukje uit mijn nieuwe roman, die dit najaar moet uitkomen bij Das Mag. Die heeft nog geen definitieve titel, dus er staat in de special ‘Z.T.’ boven: Zonder Titel.

Dat stukje kun je hieronder lezen. Ben je benieuwd naar de hele special van VN; die is hier te bestellen, of hier via Blendle te lezen. En natuurlijk in de kiosk te vinden. Lees verder

Standard
film en televisie, mijn boeken

The Graduate

Nog voor ik de film ooit gezien had, kon ik de laatste scène van The Graduate haarscherp voor de geest halen. Achterin de bus, zij in trouwjurk, hij in een alledaags kloffie, eerst lachen ze, want ze hebben iets uitgehaald, dan kijken ze alleen nog voor zich uit.

Waar had ik dat beeld vandaan? Natuurlijk, de film is iconisch, ik moet het al eens ergens gezien hebben. Het fragment zit in (500) Days of Summer, bijvoorbeeld, als Tom en Summer de film kijken. Maar dat was het niet alleen. Ik moest denken aan Before Sunrise, als Jesse en Céline in Wenen weliswaar niet de bus, maar wel de tram nemen, ook achterin gaan zitten, ook – voor de kijker – zij links en hij rechts. Ik moest denken aan Boyhood, als in de laatste scène Mason en Nicole naast elkaar zitten, we zien ze van voren, zij links, hij rechts, en net als in The Graduate kijken ze de ander om beurten aan. Lees verder

Standard
mijn boeken

McKee

Een paar weken geleden belde ik Robert McKee. McKee is een Amerikaanse zeventiger die Story schreef, een standaardwerk over scriptschrijven. Het was avond bij mij. Ik zat in een lege en al vroeg donkere woonkamer. Het was middag bij hem.

Ik had het halve idee opgevat om voor de krant een stuk te schrijven over hoe het is om je hoofdpersoon te moeten doden, zoals Vince Gilligan met Walter White deed, bijvoorbeeld, en dacht dat McKee daar misschien wat moois over te vertellen had. Dat was niet zo. Hij wilde het wel over het vak hebben, het ambacht, the craft, maar had geen trek in geneuzel over wat de schrijver daarbij gevoeld had. Het moet over art gaan, zei hij, niet over de artist.

Toen ik had opgehangen, zag ik dat ik een WhatsApp-bericht had ontvangen. Het kwam van mijn literair agent, Willem. Hij stuurde: ‘Peter! Dit boek gaat jouw doorbraak worden. Echt steengoed. Zie je morgen.’ Lees verder

Standard
mijn boeken

Amber

Het kan ook in het kort.
Je had een grijs shirt en een spijkerbroek aan die eerste avond, ik een zomerjurk, en we hadden het over het werk, muziek, Pixar-films, hoelang Hyves nog zou bestaan, en of we nou atheïsten of agnosten waren.
De eerste keer dat we bij je oma waren, pakte ze in de keuken je moeder bij haar schouders. En alsof wij niet drie meter verderop met gemak konden meeluisteren, boven onze thee in kopjes met bloemmotief, zei ze: Amber is een lieverd. Ik heb het gevoel dat ik haar al heel lang ken.
We hadden woorden in de nacht dat Mark Tuitert goud won in Vancouver. Je was met vrienden naar een optreden en zou daarna thuis slapen. Ik wilde dat je toch naar mij kwam. Ik had een rotdag gehad. Je hield vol, uit stugheid, omdat je vond dat je niet kon toegeven.
Je zette Such Great Heights van Iron & Wine voor me op een usb-stick en ik luisterde er wekenlang naar.
We zaten op Lowlands op de heuvel, langzaam werd het steeds donkerder, de regen tikte op onze stoplichtgekleurde poncho’s en Massive Attack speelde dat liedje uit die reclame.
Je luisterde als ik oefende. Ik weet nog hoe je keek toen ik het zei, op onze tweede date: ik speel de cello. De cello? Oneindige verbazing in je oneindige ogen. Alsof ik zei dat ik astronaut was, dat ik het Guggenheim ontworpen had, dat ik elke woensdagavond tussen zeven en acht met dolfijnen zwom.
Ik was eerder weekenden in je nieuwe huis dan jij. Je ging nog elk weekend naar je ouders, dus je wist niet hoe de zaterdagochtend eruit zag vanaf achttien hoog. De eerste keer dat je bleef, ergens in de lente, werden we samen wakker, de zon kwam hard en rood op en ik zei: zo dus. Daarna bleef je vaker.
Je was er toen ik die erge griep had. Je pakte een pan en ik gaf erin over. Je las De Kleine Prins voor tot ik in slaap viel.
We hadden een afspeellijst met honderden liedjes die op shuffle werden afgespeeld in de slaapkamer, en die we gebruikten als wekker. Een ervan was dat bekende nummer van James Brown. Het leek ons grappig om op een dag wakker te worden met ‘Wooo! I feel good, tananananana’, maar de shuffle-functie zette hem nooit vooraan.
Ik hield het meest van je als het leven dat het minst deed.
Ik hield het meest van je als het leven dat ook deed.

Deze zomer schreef ik de eerste en tweede versie van mijn derde roman. Dit is een klein stukje daaruit. Het manuscript ligt nu bij mijn redacteur. Als alles goed gaat, verschijnt het boek in 2017.

Standard
mijn boeken

Klassiekertje

Voetbalcultuurmagazine Staantribune recenseert mijn voetbalboek We vergaten te voetballen deze maand. Hij is positief:

Peter Zantingh, he did it: alle eigenaardige versprekingen en taalvondsten tot aan de bron uitgeplozen en gebundeld. (…) Op sommige taalslakken gooit Peter wel erg veel zout, maar verder is We vergaten te voetballen een ‘klassiekertje’ in wording.

De recensie is hier te lezen via Blendle.

Aside
mijn boeken

Eerste versie

Een paar weken geleden, op een woensdagmiddag, zat ik te schrijven bij de HEMA. Ik had een tafeltje aan het raam. Het voornemen was om mijn nieuwe roman die dag met minstens 1500 woorden te laten groeien, maar het ging moeizaam. Slechte metaforen, slechte zinnen, gelul in de leegte. Toch wilde ik doorschrijven, doorschrijven, niet achterom kijken. Kwantiteit nu, kwaliteit later.

Toen zag ik dat een man aan de andere kant van het raam een foto nam. Van mij, mijn scherm, van dat hoekje van de HEMA. Dat vond ik eerst niet erg, hoogstens raar. Maar daarna dacht ik: nu kan hij inzoomen en lezen wat ik geschreven heb.

Ik voel me erg zelfbewust over eerste versies. Dat geldt voor bijna alles wat ik schrijf, maar misschien met deze roman nog wel meer. De eerste versie is niet voor andere ogen bedoeld. Het zijn mijn gedachten, nog niet mijn woorden. Het zijn open zenuwen, die later pas onderdeel worden van een organisme, iets dat lééft en naar buiten mag. Maar nu nog niet. Lees verder

Standard