sport

Nouri

In maart ging ik op een zaterdagmiddag in Spaarnwoude footgolfen met het Amsterdamse vriendenteam waar ik in speel. Het was een mooie dag, vriendelijk en kil zoals maart tegelijk kan zijn, winderig ook. We hadden eerder op die dag met 6-0 gewonnen, dus de sfeer was goed. In de keet waar we onze spullen konden achterlaten en waar we steeds biertjes haalden, hing de ranglijst met degenen die de records in handen hadden. Daar stond Abdelhak Nouri tussen. Ik had het zojuist in 104 balcontacten volbracht; hij ooit in 64.

Zijn noodlot raakt me, natuurlijk, zoals het velen raakt. Daar zijn allerlei redenen voor aan te dragen, die allemaal even waar zijn. Je kunt ertegenin brengen dat er veel ellendige dingen gebeuren, ook met mensen die we niet zagen voetballen, waar we de afgelopen dagen geen jeugdfoto’s van gezien hebben en waar we geen gebroken teamgenoten verdriet om zagen hebben. Mensen die we niet op een lijstje zagen staan met een indrukwekkende score na achttien holes footgolf.

Maar rationaliteit is niet waarvoor we mens zijn en je hebt er vaak ook geen klap aan. Die zin met de ‘blijvende en ernstige hersenschade’ bleef me gisteren achtervolgen, en vanochtend had ik wat vaker voorkomt als het verre verdriet met je is gaan slapen: het eerste half uur na het ontwaken blijft het weg, en dan slaat het weer in: dit is gebeurd.

Verder heb ik er niets over te zeggen. In elk geval niets wat niet ook al door anderen gezegd is. Dat ik hoop dat ons meeleven het een miniem beetje draaglijker maakt voor alle naasten van dat Amsterdamse ventje. En dat het, ergens, helpt dat ook veel spelers en supporters van andere clubs laten zien dat ze de pijn begrijpen, omdat dit elke rivaliteit tenietdoet. En misschien nog dit: dat ik hoop dat in alle negen stadions van de aanstaande eerste eredivisie-speelronde in de 34e minuut een gezang opstijgt, meer en meer en meer mensen in zich meeneemt, en dan lang aanhoudt.

Standard