andere dingen

Pijplijn

Ik stuurde vandaag een mail naar mijn bank.

Hoi Marlies (en de anderen van ING),

Ik heb er na onze laatste communicatie een tijdje mee rondgelopen, maar het nieuws van gisteren over de schandelijke pijplijn in de VS, waar jullie dus met 120 miljoen dollar in zitten, geeft de doorslag. Ik haal mijn spaargeld bij jullie weg en ga naar een bank die meer doet voor een betere wereld.

Uit jullie eigen reactie op het nieuws begrijp ik dat ING met die lening in z’n maag zit. Er zijn 17 banken die samen 2,5 miljard dollar hebben toegezegd, omdat er nu eenmaal heel veel olie moet worden verplaatst. (Ik moet nu erg mijn best doen om de cynicus in me niet te laten winnen, want die wil zeggen: omdat de wereld nu eenmaal hartstikke stuk moet, en dit is een prima manier.) Jullie kunnen er naar eigen zeggen niet meer onderuit. Die 120 miljoen moet dus worden overgemaakt. Want contracten en zo.

Die overstap is niet niks. Ik zit al bij jullie sinds ik klein was en het nog De Postbank heette. Bij mijn ‘Pennie-rekening’ kreeg ik een blauwe spaarpot met vakjes voor alle muntjes, gesorteerd op grootte, zodat je er eentje in kon laten rollen en dan viel hij bij het juiste vakje naar binnen. Ik wist toen niets over klimaatverandering. Daar zal wel een metafoor in zitten over jeugdige onwetendheid, en dat ik nu, zo’n 25 jaar later, met licht trillende vingers omdat ik me zo zit op te winden, het idee heb dat ik wél weet waar ik me zorgen over zou moeten maken. Maar ja, nu weten jullie het niet.

Ik heb er zelf ook te lang over gedaan om een beslissing als deze te maken. Overstappen was gedoe, klimaatverandering een te vaag, onzichtbaar probleem. Ik heb een mooie pincode. Bovendien was ik de laatste jaren wel blij met jullie app en dat ik niet zo’n onhandige random reader nodig had, zoals bij andere banken.

Maar dat telt niet meer. 2016 was het warmste jaar ooit gemeten, waarmee het record van 2015 werd verbroken, waarmee het record van 2014 werd verbroken. Sinds vorige week is er een nieuwe Amerikaanse president, en die weet net zo veel over de gevaren van klimaatverandering als ik ten tijde van het openen van mijn Pennie-rekening. Het akkoord van Parijs doet hem niets. Hij gaat milieu-onderzoeken censureren, zodat het Amerikaanse volk straks net zo onwetend is als hijzelf.

Het is allemaal heel erg. Echt heel erg. Ik walg ervan dat mijn bank daaraan meedoet. Dus ik wil niet dat mijn geld daarvoor gebruikt wordt.

Dat is symbolisch natuurlijk, want voor die pijplijn hebben jullie mijn honderdjes en tientjes niet nodig. Jullie hebben vast nog geld genoeg over van alle andere spaarders om binnenkort een soortgelijk contract te tekenen, waar jullie dan over een paar jaar weer van kunnen zeggen dat het ‘juridisch gezien niet mogelijk is’ om je er nog uit terug te trekken. (Want zo is het natuurlijk ook, er is een moment geweest waarop jullie besloten: een oliepijplijn van bijna tweeduizend kilometer waar mens en natuur voor moeten wijken – goed plan, waar is de stippellijn.)

Ook deze lange motivatie is overbodig, want ik had gewoon kunnen overstappen zonder daar een brief over te schrijven. Maar ik wil graag dat jullie het weten, want dat geeft me een beetje voldoening. Ik ben boos en cynisch geworden op dit punt, en je mag deze tekst best als zodanig wegzetten – weer zo een, klanten hebben altijd wel wat te zeuren, links gelul – maar ik hoop toch dat er iets meer mee gebeurt. Dat jullie écht iets doen. Dat jullie allerlei lucratieve contracten, ongeduldige aandeelhouders, vuile lobbygroepen of dat er een andere partij is waarop nog net iets meer verantwoordelijkheid af te schuiven is, niet meer laten meespelen.

En dat jullie, nadat die 120 miljoen dollar zonder random reader naar die oliepijplijn is doorgesluisd, naar jullie eigen kinderen en kleinkinderen kijken en denken: wat kan er eigenlijk méér toe doen dan hoe zij de wereld, die we immers van hen te leen hebben, van ons terugkrijgen?

Peter

Standard