andere dingen

Zondag

1. Een gelukzalig moment, ik weet nooit hoelang het zal duren, hij kan het zomaar opheffen, en ik ook, en misschien doe ik dat juist dóór het te filmen, maar tegelijkertijd wil ik het vastleggen om het nooit meer in te hoeven leveren: hij houdt zich vast aan de rode spijlen van ons dakterras en kijkt schuin omlaag naar de buren, hij knijpt z’n oogjes half dicht tegen de zon, er staat muziek op, Sufjan Stevens bij ons en nog iets anders verderop, in een ander huis, in een ander leven, en in een tuin verderop wordt gebarbecued, en al die levens zijn hier, op dezelfde zondagmiddag op dezelfde plek, dus ik ruik de smeulende kolen en ik hoor het zagen van een balk en de gesprekken en de kinderen verderop en het pingelen van een windgong, want het waait ondertussen heel licht, en hij staat nog wat onvast op zijn één jaar oude voetjes, en het is bijna onvoorstelbaar dat dit allemaal nú plaatsvindt, en dat we het delen. Hij ook, hij is erbij, en hij voelt zich erin thuis.

2. En ondertussen is ook dit de realiteit: er vliegen helikopters over om te controleren of mensen niet te dicht bij elkaar komen. Wat wij doen mag nog, ons samenzijn hier op dit dakterras, maar op elke opwaardering van sociaal contact staat een forse boete, en, in overdrachtelijke zin, de doodstraf. We worden gecontroleerd als in een totalitaire staat en we begrijpen het volledig.

3. Om kwart voor acht ligt hij in z’n bedje. Hij kletst nog wat, het prille begin van taal, van geluiden en klanken. Het is de eerste keer dat hij dat daar doet, in het donker. Zij vind het schattig, ze komt naar me toe met de babyfoon en laat het me horen, hoe hij daar in zichzelf ligt te praten, en ik vind het ook schattig, maar ondertussen breekt een heel klein stukje van mijn hart af omdat ik altijd dacht dat hij het tegen ons had als hij dat deed.

Standaard
andere dingen, muziek

Psalm 91

Mijn hardlooprondje ging deels door het Noordpark, het Gagelbos en Ruigenhoek, een groot stuk groen aan de noordkant van Utrecht. Ik was verder van huis geraakt dan gepland; met de afstand die ik moest afleggen om weer terug te komen zou ik mijn persoonlijk record voor het jaar aanzienlijk verbeteren. Het was niet anders.

Ik luisterde muziek. Na pakweg acht kilometer ik had net een ontmoedigend lang, anoniem stuk langs een weiland achter de rug, met tegenwind ook nog selecteerde de shuffle-functie ‘In Our Bedroom After The War’ van de Canadese band Stars. Hier en daar liepen plukjes mensen, gezinnen, andere lopers. Drie jongens, blijkbaar tijdelijk verstoken van hun reguliere training, waren aan het speerwerpen op een braakliggend stuk gras.

Mijn strijd was gestreden. Hier kende ik de omgeving weer. De afstand die ik bij vertrek voor ogen had, stond al op mijn sporthorloge. Ik hoefde alleen nog maar op huis aan, terwijl de getallen zouden blijven oplopen.

De zon werd wat warmer, en ineens viel het me op dat er vogeltjes floten, en precies toen was de tekst van het liedje:

Listen, the birds sing
Listen, the bells ring
All the living are dead, and the dead are all living
The war is over and we are beginning

Ik geloof er niet in dat iets of iemand dat regisseert, dat het zo moest zijn, maar de uitstekende timing van het lot gaf me energie.

Op de verharde paden van het park stond op verschillende plekken ‘AUB 1,5 M’ geschreven, met stoepkrijt. Ik zag het vóór die regel in dat liedje, en daarna nog eens, bij de brug die me Ruigenhoek uitleidde, toen ik op het punt stond de weg over te steken en onder het viaduct door te gaan, richting Fort Blauwkapel.

Nu speelde ‘We Will Become Silhouettes’ van The Postal Service. Ik luisterde. Meer toeval:

I’ve got a cupboard with cans of food
Filtered water, and pictures of you
And I’m not coming out until this is all over

Hier liep ik, buiten, dat ene uurtje van de dag, ik zocht de berm op als er tegenliggers waren, en zij deden hetzelfde, we weken steeds woordeloos uit naar onze eigen berm, en elke keer als zoiets gebeurde dacht ik aan iets wat ik ’s ochtends in de Volkskrant had gelezen. Hoe je een beetje kunt controleren of je voldoende afstand houdt tot anderen: als je allebei je hand uitsteekt, zou je elkaars vingertoppen net niet kunnen raken.

Het elkaar niet kunnen bereiken, het net-niet van menselijk contact: een gezondheidsadvies.

I wanted to walk through the empty streets
And feel something constant under my feet
But all the news reports recommended that I stay indoors
Because the air outside will make
Our cells divide at an alarming rate
Until our shells simply cannot hold all our insides in
And that’s when we’ll explode
And it won’t be a pretty sight

Langs de Darwindreef stond nog iets anders met stoepkrijt op de straat geschreven. Hier en daar waren stoeptegels gekaderd, en erbinnen had iemand geschreven: ‘Psalm 91’.

Thuis zocht ik de tekst ervan op. In De Nieuwe Bijbelvertaling is dit de tekst van Psalm 91:1-4.

Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.’

Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger en redt je van de dodelijke pest, hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een veilig schild.

Ik was de deur niet uitgegaan om bezig te zijn met songteksten, laat staan om aangezet te worden tot het lezen van de Bijbel, maar overal om me heen waren de verwijzingen naar het leven van nu, naar hoe we leven en waar we ons aan vasthouden. Een dwingend verzoek van de overheid, een ezelsbruggetje uit een krantenartikel, een bijbeltekst die toepasselijk lijkt – uit alles sprak dat we allemaal aan hetzelfde denken.

Standaard
andere dingen

Mirwais

Begin 2017 ontmoette ik Mirwais, een 23-jarige jongen uit Kabul, Afghanistan. Hij wist toen nog niet of hij in Nederland mocht blijven. Ik zag hem in de periode daarna steeds vaker, en op een dag vroeg ik hem of ik eens een verhaal over hem mocht schrijven. Dat vond hij goed.

Maar dat verhaal kwam er maar niet. We bleven afspreken, we bleven praten, hij bleef in onzekerheid over zijn asielaanvraag en ik bleef notities maken. Hij had het soms bijzonder zwaar. Op andere momenten zag ik hem vrolijk, optimistisch.

Nu is zijn verhaal er wel. Het is af. En het staat in Het Blad bij NRC van december, en hier.

Standaard
andere dingen

Al vijf jaar reist er een opbergbox door Nederland met kleertjes die zo klein zijn dat alleen te vroeg geboren baby’s ze passen, langs gezinnen die hem van de ene op de andere dag hard nodig hebben. Collega Anne-Martijn van der Kaaden en ik volgden het spoor en tekenden het verhaal op van de levens die begonnen met dit shirtje en de andere kleertjes uit die ene opbergbox. Dit weekend staat dat verhaal in Het Blad, het maandelijkse magazine bij NRC, en online hier. De prachtige illustraties zijn van XF&M.

Link
andere dingen

Woorden

Ik erger me aan woorden, na wat er maandag in Utrecht gebeurde.

Ik ben er niet goed in me boos te maken. Maar misschien was het omdat dit gebeurde in de stad waar ik 12,5 jaar geleden mijn leven aan vastknoopte, waar ik studeerde, begon te schrijven en mijn grote liefde tegenkwam. Ik verdwaalde hier ooit, diep in de nacht, toen ik met een vriend naar muziekfestival De Beschaving was geweest en we veel te dronken veel te vroeg de bus uitstapten. Ik keek hier met Oud en Nieuw over de stad heen, vanaf de negentiende verdieping van de MAX-torens, met helemaal links in beeld de Domtoren en recht vooruit de Galgenwaard. Ik haalde hier een kat naartoe en kocht een huis. Er is geen plek in Utrecht waar ik níet ooit tijdens een hardlooprondje geweest ben.

In die stad had iemand het gestoorde, beestachtige lef om anderen te doden, te verwonden en te traumatiseren.

Als we geweld niet met geweld willen beantwoorden, zijn woorden alles wat we hebben. Als in een land dat zo onwaarschijnlijk veilig is als Nederland iemand in een tram zomaar op meerdere mensen schiet, en ze doodt, dan schrikken we daarvan. Wat we vervolgens hebben, als premier, als Koning en Koningin, als NOS en andere media, zijn slechts de woorden.

Bij zijn eerste, korte persconferentie zei premier Mark Rutte meteen dat het land was “opgeschrikt” door een “aanslag”. Daarna stelde hij expliciet dat niet zeker was of er een “terroristisch motief” was, wat een onduidelijke definitiekloof tussen de twee veronderstelde, om daarna alvast een voorschot te nemen op de bevestiging dat het inderdaad terrorisme was, want dan “past maar één antwoord: onze rechtsstaat en onze democratie zijn sterker dan fanatisme en geweld. We zullen niet wijken voor onverdraagzaamheid, nooit.”

Het kon al niet meer géén terrorisme zijn. Dat ene woord uit de eerste zin – aanslag – was genoeg. Hij weet heel goed wat het merendeel van de Nederlanders bij dat woord voelt. Zo zijn we inmiddels geconditioneerd. De angst voor terreur – hoe irrationeel ook, we kennen de statistische vergelijking met een verkeersongeluk of blikseminslag, bla, bla – zit diep. Een onbestemd gevoel in de buik, een speldenprik in ons voor lief genomen idee van ultieme veiligheid. Uitgesproken door de belangrijkste man van het land, die simpelweg nog niet genoeg kon weten om deze gebeurtenis die betekenis al toe te kennen.

Er kwam een verklaring van Willem-Alexander en Máxima. Die werd voorgelezen op televisie, bij de NOS. Ze schreven onder meer: “Geweldsdaden als deze zijn volstrekt onacceptabel”. En: “Laten wij samen eensgezind op de bres gaan staan voor een samenleving waarin mensen zich veilig kunnen voelen en waarin vrijheid en verdraagzaamheid de boventoon voeren.”

Op Instagram noemde iemand het een “mooie, ontroerende reactie van de Koning en Koningin”. Ook daar werd ik een beetje boos om. Wat was hier zo ontroerend aan? Het zijn zinnen van een belachelijke vanzelfsprekendheid, en daarmee betekenisloos. Gelukkig vindt het koninklijk paar geweldsdaden als deze volstrekt onacceptabel. Dit zijn, net als Rutte over “een mengeling van ongeloof en afschuw” en “niet wijken voor onverdraagzaamheid” stukgekookte woorden, we zetten ze nog maar eens op het pitje en dienen ze nog eens op.

Een dag later kwam Rutte met een nieuwe reactie. Hij zei: “Utrecht ligt in het hart van ons land en Nederland is in het hart geraakt.” Alsof de geografische ligging ertoe doet. Was het in Groningen gebeurd, had hij dan gezegd dat Nederland in de schouder was getroffen? En waarom precies dezelfde analogie gebruiken als drie jaar geleden na de aanslagen in Brussel? Wat zegt het over de leider van ons land als hij op zo’n belangrijk moment niets beters heeft dan het herkauwen van troostretoriek?

“We are one, they are us”, zei de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern na de terroristische aanslag van afgelopen vrijdag, waarbij vijftig mensen stierven. Die toespraak had de kracht te ontroeren en te troosten, en een bange samenleving weer een klein beetje bij elkaar te brengen. Ik moet denken, ook, aan de afscheidsboodschap van Eberhard van der Laan, de Amsterdamse burgemeester. “Zorg goed voor de stad en voor elkaar.” Niet na een aanslag, wel op een moment dat een stad naar steun zocht – en die vond in dat kleine zinnetje.

Hier in Utrecht wonen alle soorten mensen. We groeien maar door, harder dan iedere andere stad in Nederland, maar voor velen kan het nog steeds als een groot dorp voelen. Het is een stad waar Syrische vluchtelingen een goedlopend restaurant zijn begonnen, de Gall&Gall een pand deelt met een moskee en vanavond de in een democratie uitgebrachte stemmen zullen worden geteld door mensen met nikes, een hoofddoek en een zachte g. Ook die stad, hoeveel we er ook van houden als we erdoorheen fietsen (want we fietsen) heeft gekken, drugsverslaafden, criminelen, moordenaars. Iemand schoot drie trampassagiers dood. Daar zijn we van geschrokken. Daar hebben we verdriet om.

De hulpdiensten, de politie en recherche, de helikopters en drones, de anti-terreureenheden: zij bevestigden daarna hoe veilig we zijn. Nog diezelfde dag werd de schutter, tegenover de sportschool waar men vanaf de loopband toekeek, opgespoord en opgepakt. We zullen de komende dagen misschien de tram mijden, al is het maar om onszelf gerust te stellen, maar daarna gaan we weer naast elkaar zitten, praten we met elkaar, omdat we niet bang zijn voor elkaar en omdat we, zelfs al zouden we het willen, de grens niet meer zien liggen tussen ‘wij’ en ‘zij’.

We kunnen er alles aan doen, maar we zullen de volgende niet gegarandeerd kunnen tegenhouden. Een terrorist of een gek heeft alleen een wapen nodig. Soms alleen een auto. Van onze politici, onze autoriteiten en onze hulpdiensten zullen we nooit kunnen eisen dat het niet meer gebeurt. Maar we kunnen wel van ze vragen dat ze de juiste woorden gebruiken áls het gebeurt, woorden die eerlijk zijn, en echt, die troosten en gaan over wat we voelen, en die we tegen elkaar willen herhalen tot het verstrijken van de tijd het langzaam iets makkelijker heeft gemaakt.

Standaard
andere dingen

Youp (65)

Een paar jaar geleden vertelde NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch me dat Youp van ’t Hek elke dag twee van elkaar verschillende sokken aan heeft. Toen dacht ik: op een dag schrijf ik een groot stuk over hem, en dan begin ik daarmee. Met die sokken. Ik had het idee dat er veel meer over die man te vertellen moest zijn dan het bijna karikaturale waar hij vaak mee geassocieerd wordt: klein, schreeuwerig mannetje met rond brilletje.

Elke keer dat ik Youp vorig jaar opzocht, vroeg ik hem ook of ik z’n sokken mocht zien. En we praatten over zijn liefde voor cabaret, zijn familie, zijn columns, voetbal, het nieuws, Napels, #MeToo, en dat hij eind 2015 bijna dood ging. We discussieerden, aten samen en speelden een potje voetbal.

Het stuk is nu af, en het is hier te lezen.

Standaard
andere dingen

Pijplijn

Ik stuurde vandaag een mail naar mijn bank.

Hoi Marlies (en de anderen van ING),

Ik heb er na onze laatste communicatie een tijdje mee rondgelopen, maar het nieuws van gisteren over de schandelijke pijplijn in de VS, waar jullie dus met 120 miljoen dollar in zitten, geeft de doorslag. Ik haal mijn spaargeld bij jullie weg en ga naar een bank die meer doet voor een betere wereld.

Uit jullie eigen reactie op het nieuws begrijp ik dat ING met die lening in z’n maag zit. Er zijn 17 banken die samen 2,5 miljard dollar hebben toegezegd, omdat er nu eenmaal heel veel olie moet worden verplaatst. (Ik moet nu erg mijn best doen om de cynicus in me niet te laten winnen, want die wil zeggen: omdat de wereld nu eenmaal hartstikke stuk moet, en dit is een prima manier.) Jullie kunnen er naar eigen zeggen niet meer onderuit. Die 120 miljoen moet dus worden overgemaakt. Want contracten en zo.

Die overstap is niet niks. Ik zit al bij jullie sinds ik klein was en het nog De Postbank heette. Bij mijn ‘Pennie-rekening’ kreeg ik een blauwe spaarpot met vakjes voor alle muntjes, gesorteerd op grootte, zodat je er eentje in kon laten rollen en dan viel hij bij het juiste vakje naar binnen. Ik wist toen niets over klimaatverandering. Daar zal wel een metafoor in zitten over jeugdige onwetendheid, en dat ik nu, zo’n 25 jaar later, met licht trillende vingers omdat ik me zo zit op te winden, het idee heb dat ik wél weet waar ik me zorgen over zou moeten maken. Maar ja, nu weten jullie het niet. Lees verder

Standaard
andere dingen

Onderwatertuin

Een dag na de overwinning van Trump was ik met mijn vriendin in het Oceánario in Lissabon. We betaalden de toegang, stopten onze jassen in een kluisje en liepen de trap op. Een medewerkster raadde ons aan eerst naar rechts te gaan, naar de tijdelijke tentoonstelling.

Het was een tientallen meters lang aquarium, dat twee keer de bocht om ging, in een ruimte die was verduisterd als een bioscoop. Kleine vissen zwommen tussen de vriendelijkste kleuren blauw en groen en er klonk instrumentale muziek van componist Rodrigo Leão. Het werk, lazen we bij de deur, was van de vorig jaar overleden Japanner Takashi Amano, en heette Florestas Submersas.

Onderwatertuinen.

Het waren vreemde dagen geweest. In de nacht van dinsdag op woensdag bleven we op tot half drie, in ons Airbnb-appartement, om de verkiezingsuitslagen te volgen. We hadden het snelle internet in de dagen ervoor per ongeluk opgemaakt aan Netflix, want we wisten niet dat er een maximum aan zat, dus nu zaten we met een dichtgeknepen verbinding die ons slechts in staat stelde een paar liveblogs open te houden op onze telefoons. Geen bewegend beeld. We gingen slapen toen duidelijk werd dat het een te lange nacht zou worden om uit te zitten – en toen, want ik geloof dat ik het al wist, de overwinning van Trump begon door te dringen. Ik sliep koortsachtig, keek nog eens hoe het ervoor stond om half vijf, en zag rond half acht ’s ochtends dat het zover was. President Trump. Lees verder

Standaard
andere dingen

Sam: That’s the thing. The internet is not the larger conversation, the internet is the smaller conversation. I, like, had this realization. I was checking into a hotel room Sunday night in Dallas, and this woman asked me what I’m doing, what I’m in town for, and I’m like, “Oh, I’m a journalist,” and she’s like, “Oh, what are you doing?” And I – I said, “I work for NPR, I’m covering this shooting.” And she’s like, “Oh, my god.” So we start talking about the shooting and her interactions with police and – we have a long conversation – and finally she says to me, “You know, I see both sides. I see Black Lives Matter point, I see the police officer’s point. I see both sides, but whenever you say that you see one side, everyone thinks that you hate the other side, so I just stay quiet.”

PJ: That’s it. That’s what he saw. And I know how small that is. I know how … meagre it is to find hope in the fact that people are quietly thinking about something. But I think Sam’s right. Like, even though we know that we’re ruder and louder and more argumentative on the internet, I think that we forget that the other thing the internet doesn’t show us is quiet. The moments that we’re all having where we’re sitting there turning this stuff over, trying to make sense of it. It can feel like nobody else is doing that.

Reply All – #70 Stolen Valor, naar aanleiding van de moord op agenten in Dallas.

The internet doesn’t show us the quiet

Citaat