andere dingen

Woorden

Ik erger me aan woorden, na wat er maandag in Utrecht gebeurde.

Ik ben er niet goed in me boos te maken. Maar misschien was het omdat dit gebeurde in de stad waar ik 12,5 jaar geleden mijn leven aan vastknoopte, waar ik studeerde, begon te schrijven en mijn grote liefde tegenkwam. Ik verdwaalde hier ooit, diep in de nacht, toen ik met een vriend naar muziekfestival De Beschaving was geweest en we veel te dronken veel te vroeg de bus uitstapten. Ik keek hier met Oud en Nieuw over de stad heen, vanaf de negentiende verdieping van de MAX-torens, met helemaal links in beeld de Domtoren en recht vooruit de Galgenwaard. Ik haalde hier een kat naartoe en kocht een huis. Er is geen plek in Utrecht waar ik níet ooit tijdens een hardlooprondje geweest ben.

In die stad had iemand het gestoorde, beestachtige lef om anderen te doden, te verwonden en te traumatiseren.

Als we geweld niet met geweld willen beantwoorden, zijn woorden alles wat we hebben. Als in een land dat zo onwaarschijnlijk veilig is als Nederland iemand in een tram zomaar op meerdere mensen schiet, en ze doodt, dan schrikken we daarvan. Wat we vervolgens hebben, als premier, als Koning en Koningin, als NOS en andere media, zijn slechts de woorden.

Bij zijn eerste, korte persconferentie zei premier Mark Rutte meteen dat het land was “opgeschrikt” door een “aanslag”. Daarna stelde hij expliciet dat niet zeker was of er een “terroristisch motief” was, wat een onduidelijke definitiekloof tussen de twee veronderstelde, om daarna alvast een voorschot te nemen op de bevestiging dat het inderdaad terrorisme was, want dan “past maar één antwoord: onze rechtsstaat en onze democratie zijn sterker dan fanatisme en geweld. We zullen niet wijken voor onverdraagzaamheid, nooit.”

Het kon al niet meer géén terrorisme zijn. Dat ene woord uit de eerste zin – aanslag – was genoeg. Hij weet heel goed wat het merendeel van de Nederlanders bij dat woord voelt. Zo zijn we inmiddels geconditioneerd. De angst voor terreur – hoe irrationeel ook, we kennen de statistische vergelijking met een verkeersongeluk of blikseminslag, bla, bla – zit diep. Een onbestemd gevoel in de buik, een speldenprik in ons voor lief genomen idee van ultieme veiligheid. Uitgesproken door de belangrijkste man van het land, die simpelweg nog niet genoeg kon weten om deze gebeurtenis die betekenis al toe te kennen.

Er kwam een verklaring van Willem-Alexander en Máxima. Die werd voorgelezen op televisie, bij de NOS. Ze schreven onder meer: “Geweldsdaden als deze zijn volstrekt onacceptabel”. En: “Laten wij samen eensgezind op de bres gaan staan voor een samenleving waarin mensen zich veilig kunnen voelen en waarin vrijheid en verdraagzaamheid de boventoon voeren.”

Op Instagram noemde iemand het een “mooie, ontroerende reactie van de Koning en Koningin”. Ook daar werd ik een beetje boos om. Wat was hier zo ontroerend aan? Het zijn zinnen van een belachelijke vanzelfsprekendheid, en daarmee betekenisloos. Gelukkig vindt het koninklijk paar geweldsdaden als deze volstrekt onacceptabel. Dit zijn, net als Rutte over “een mengeling van ongeloof en afschuw” en “niet wijken voor onverdraagzaamheid” stukgekookte woorden, we zetten ze nog maar eens op het pitje en dienen ze nog eens op.

Een dag later kwam Rutte met een nieuwe reactie. Hij zei: “Utrecht ligt in het hart van ons land en Nederland is in het hart geraakt.” Alsof de geografische ligging ertoe doet. Was het in Groningen gebeurd, had hij dan gezegd dat Nederland in de schouder was getroffen? En waarom precies dezelfde analogie gebruiken als drie jaar geleden na de aanslagen in Brussel? Wat zegt het over de leider van ons land als hij op zo’n belangrijk moment niets beters heeft dan het herkauwen van troostretoriek?

“We are one, they are us”, zei de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern na de terroristische aanslag van afgelopen vrijdag, waarbij vijftig mensen stierven. Die toespraak had de kracht te ontroeren en te troosten, en een bange samenleving weer een klein beetje bij elkaar te brengen. Ik moet denken, ook, aan de afscheidsboodschap van Eberhard van der Laan, de Amsterdamse burgemeester. “Zorg goed voor de stad en voor elkaar.” Niet na een aanslag, wel op een moment dat een stad naar steun zocht – en die vond in dat kleine zinnetje.

Hier in Utrecht wonen alle soorten mensen. We groeien maar door, harder dan iedere andere stad in Nederland, maar voor velen kan het nog steeds als een groot dorp voelen. Het is een stad waar Syrische vluchtelingen een goedlopend restaurant zijn begonnen, de Gall&Gall een pand deelt met een moskee en vanavond de in een democratie uitgebrachte stemmen zullen worden geteld door mensen met nikes, een hoofddoek en een zachte g. Ook die stad, hoeveel we er ook van houden als we erdoorheen fietsen (want we fietsen) heeft gekken, drugsverslaafden, criminelen, moordenaars. Iemand schoot drie trampassagiers dood. Daar zijn we van geschrokken. Daar hebben we verdriet om.

De hulpdiensten, de politie en recherche, de helikopters en drones, de anti-terreureenheden: zij bevestigden daarna hoe veilig we zijn. Nog diezelfde dag werd de schutter, tegenover de sportschool waar men vanaf de loopband toekeek, opgespoord en opgepakt. We zullen de komende dagen misschien de tram mijden, al is het maar om onszelf gerust te stellen, maar daarna gaan we weer naast elkaar zitten, praten we met elkaar, omdat we niet bang zijn voor elkaar en omdat we, zelfs al zouden we het willen, de grens niet meer zien liggen tussen ‘wij’ en ‘zij’.

We kunnen er alles aan doen, maar we zullen de volgende niet gegarandeerd kunnen tegenhouden. Een terrorist of een gek heeft alleen een wapen nodig. Soms alleen een auto. Van onze politici, onze autoriteiten en onze hulpdiensten zullen we nooit kunnen eisen dat het niet meer gebeurt. Maar we kunnen wel van ze vragen dat ze de juiste woorden gebruiken áls het gebeurt, woorden die eerlijk zijn, en echt, die troosten en gaan over wat we voelen, en die we tegen elkaar willen herhalen tot het verstrijken van de tijd het langzaam iets makkelijker heeft gemaakt.

Standaard
andere dingen

Youp (65)

Een paar jaar geleden vertelde NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch me dat Youp van ’t Hek elke dag twee van elkaar verschillende sokken aan heeft. Toen dacht ik: op een dag schrijf ik een groot stuk over hem, en dan begin ik daarmee. Met die sokken. Ik had het idee dat er veel meer over die man te vertellen moest zijn dan het bijna karikaturale waar hij vaak mee geassocieerd wordt: klein, schreeuwerig mannetje met rond brilletje.

Elke keer dat ik Youp vorig jaar opzocht, vroeg ik hem ook of ik z’n sokken mocht zien. En we praatten over zijn liefde voor cabaret, zijn familie, zijn columns, voetbal, het nieuws, Napels, #MeToo, en dat hij eind 2015 bijna dood ging. We discussieerden, aten samen en speelden een potje voetbal.

Het stuk is nu af, en het is hier te lezen.

Standaard
andere dingen

Mirwais

Mirwais zegt: I haven’t hurt an ant. Zijn Engels is redelijk, maar om te verduidelijken wat hij bedoelt, drukt hij zijn duim uit op de grond.

Een vlieg, zeg ik. In Nederland zeggen we: ik heb nog geen vlieg kwaad gedaan.

Een vlieg?

Met mijn vinger trek ik een willekeurige lijn door de lucht, tussen ons in, en maak een bzz-geluid. Hij begrijpt het, en herhaalt me.

Geen vlieg kwaad gedaan.

Hij is 23 en komt uit Kabul, Afghanistan. Iets meer dan een jaar is hij nu in Nederland. De kamer in het AZC, van drie bij twee, deelt hij met een andere jongen. In de hoek staat een klein tafeltje, daar eten ze aan. Hij probeert een beetje gitaar te spelen sinds hij hier is, gewoon, om te kijken of hij het zichzelf kan aanleren. Hij leest Kuifje en hoopt dat zijn Nederlands er beter van wordt.

Een verblijfsvergunning heeft hij niet, maar hij heeft goede hoop. Bij gesprekken met het IND kan hij veel documenten laten zien, papieren. Aantonen waar hij vandaan komt, wat hij meegemaakt heeft. Dat het niet anders kon.

De medewerker had gevraagd of hij getrouwd was. Nee, antwoordde hij. Kinderen dan? Mirwais giechelt als hij het navertelt. Zo’n malle vraag. Hoe kun je nou niet getrouwd zijn en wel kinderen hebben.

Hij wil straatfotograaf worden. Heeft al een camera, cadeau gekregen van iemand die hoopt dat hij hier slaagt. Hij kan mij uitleggen waar je op moet letten als je een goeie wil. Als hij een verblijfsvergunning krijgt, wil hij naar Marrakech om daar foto’s te maken.

Hij was laatst naar een wedstrijd van AZ. Dat was georganiseerd voor hem en andere vluchtelingen. Ik vraag: was dat de eerste keer dat je in een stadion was? Wel om voetbal te kijken, zegt hij. Lees verder

Standaard
andere dingen

Pijplijn

Ik stuurde vandaag een mail naar mijn bank.

Hoi Marlies (en de anderen van ING),

Ik heb er na onze laatste communicatie een tijdje mee rondgelopen, maar het nieuws van gisteren over de schandelijke pijplijn in de VS, waar jullie dus met 120 miljoen dollar in zitten, geeft de doorslag. Ik haal mijn spaargeld bij jullie weg en ga naar een bank die meer doet voor een betere wereld.

Uit jullie eigen reactie op het nieuws begrijp ik dat ING met die lening in z’n maag zit. Er zijn 17 banken die samen 2,5 miljard dollar hebben toegezegd, omdat er nu eenmaal heel veel olie moet worden verplaatst. (Ik moet nu erg mijn best doen om de cynicus in me niet te laten winnen, want die wil zeggen: omdat de wereld nu eenmaal hartstikke stuk moet, en dit is een prima manier.) Jullie kunnen er naar eigen zeggen niet meer onderuit. Die 120 miljoen moet dus worden overgemaakt. Want contracten en zo.

Die overstap is niet niks. Ik zit al bij jullie sinds ik klein was en het nog De Postbank heette. Bij mijn ‘Pennie-rekening’ kreeg ik een blauwe spaarpot met vakjes voor alle muntjes, gesorteerd op grootte, zodat je er eentje in kon laten rollen en dan viel hij bij het juiste vakje naar binnen. Ik wist toen niets over klimaatverandering. Daar zal wel een metafoor in zitten over jeugdige onwetendheid, en dat ik nu, zo’n 25 jaar later, met licht trillende vingers omdat ik me zo zit op te winden, het idee heb dat ik wél weet waar ik me zorgen over zou moeten maken. Maar ja, nu weten jullie het niet. Lees verder

Standaard
andere dingen

Onderwatertuin

Een dag na de overwinning van Trump was ik met mijn vriendin in het Oceánario in Lissabon. We betaalden de toegang, stopten onze jassen in een kluisje en liepen de trap op. Een medewerkster raadde ons aan eerst naar rechts te gaan, naar de tijdelijke tentoonstelling.

Het was een tientallen meters lang aquarium, dat twee keer de bocht om ging, in een ruimte die was verduisterd als een bioscoop. Kleine vissen zwommen tussen de vriendelijkste kleuren blauw en groen en er klonk instrumentale muziek van componist Rodrigo Leão. Het werk, lazen we bij de deur, was van de vorig jaar overleden Japanner Takashi Amano, en heette Florestas Submersas.

Onderwatertuinen.

Het waren vreemde dagen geweest. In de nacht van dinsdag op woensdag bleven we op tot half drie, in ons Airbnb-appartement, om de verkiezingsuitslagen te volgen. We hadden het snelle internet in de dagen ervoor per ongeluk opgemaakt aan Netflix, want we wisten niet dat er een maximum aan zat, dus nu zaten we met een dichtgeknepen verbinding die ons slechts in staat stelde een paar liveblogs open te houden op onze telefoons. Geen bewegend beeld. We gingen slapen toen duidelijk werd dat het een te lange nacht zou worden om uit te zitten – en toen, want ik geloof dat ik het al wist, de overwinning van Trump begon door te dringen. Ik sliep koortsachtig, keek nog eens hoe het ervoor stond om half vijf, en zag rond half acht ’s ochtends dat het zover was. President Trump. Lees verder

Standaard
andere dingen

Sam: That’s the thing. The internet is not the larger conversation, the internet is the smaller conversation. I, like, had this realization. I was checking into a hotel room Sunday night in Dallas, and this woman asked me what I’m doing, what I’m in town for, and I’m like, “Oh, I’m a journalist,” and she’s like, “Oh, what are you doing?” And I – I said, “I work for NPR, I’m covering this shooting.” And she’s like, “Oh, my god.” So we start talking about the shooting and her interactions with police and – we have a long conversation – and finally she says to me, “You know, I see both sides. I see Black Lives Matter point, I see the police officer’s point. I see both sides, but whenever you say that you see one side, everyone thinks that you hate the other side, so I just stay quiet.”

PJ: That’s it. That’s what he saw. And I know how small that is. I know how … meagre it is to find hope in the fact that people are quietly thinking about something. But I think Sam’s right. Like, even though we know that we’re ruder and louder and more argumentative on the internet, I think that we forget that the other thing the internet doesn’t show us is quiet. The moments that we’re all having where we’re sitting there turning this stuff over, trying to make sense of it. It can feel like nobody else is doing that.

Reply All – #70 Stolen Valor, naar aanleiding van de moord op agenten in Dallas.

The internet doesn’t show us the quiet

Citaat
andere dingen

Nobody tells people who are beginners — and I really wish someone had told this to me – that all of us who do creative work, we get into it because we have good taste. But there is this gap. For the first couple years you’re making stuff, it’s just not that great. It’s trying to be good, it has potential to be good, but it’s not. But your taste, the thing that got you into the game, that’s still killer. And your taste is why your work disappoints you. A lot of people never get past this phase. They quit. Most people I know who do interesting, creative work went through years of this. We know our work doesn’t have this special thing that we want it to have. We all go through this. And if you are just starting out or you are still in this phase, you gotta know it’s normal and the most important thing you can do, is do a lot of work. Put yourself on a deadline so that every week you will finish one story. It is only by going through a volume of work that you will close that gap, and your work will be as good as your ambitions.

Ira Glass

The gap

Citaat
andere dingen

Oma

Oma raakte opa al vroeg kwijt. Hij stierf in 1993, toen ik tien was. Opa was een landmeter, iemand die stukken land in kaart brengt. Van hen tweeën samen herinner ik me een specifiek beeld: dat ze weer in de auto stapten na een bezoek aan ons. Hij ging achter het stuur zitten en zij ernaast, en dan reden ze de straat uit. Bij een zinsnede als ‘het einde van de straat’ of ‘de straat uit rijden’ is dat nog altijd wat ik voor me zie: dat opa en oma dat doen, eerst een half rondje om de parkeerplaatsen heen, dan verderop de snelheidsheuvels, en aan het eind rechtsaf, mijn beeld uit.

Oma woonde in een flat in Almelo. Ze had vaak Classic FM opstaan. Ze had een parkiet, Pietje, een reeks encyclopedieën op alfabet en een wieg van Newton, zo’n ding met aan draadjes hangende balletjes. Als je een van de buitenste tegen de rest liet aantikken, tikte het balletje aan de andere kant terug. Lees verder

Standaard