alledaagse dingen, muziek

Hoop

Een jaar geleden wandelde ik ’s avonds een rondje door de stad. Het was rond half acht, donker. Ik had handschoenen nodig.

Op de eerste verdieping van het restaurant in het Griftpark brandde licht, er stond een groepje jonge mannen rond een statafel. Ik herkende de houding: gewicht op het standbeen, een hand om een voor mij onzichtbaar flesje, en ik kon me de gesprekken voorstellen, de verhalen en grappen van een gelijkgestemd gezelschap. Met elk biertje je meer thuis voelen. Minder bedreiging. Minder buitenwereld. Vrijdag. Iemand haalt er nog een paar. De opener, waar ligt de opener. De roker van het stel zet een aansteker onder de kroon.

Ik liep onder ze door, langs het water. Ik was hen niet. Ik was een aanstaand vader.

Ik moest nog iets verzinnen voor op het geboortekaartje. We hadden een naam bedacht die – in elk geval voor mij – ‘hoop’ betekende. Ik zocht naar liedjes over hoop. Ik deed mijn handschoenen uit en luisterde met Spotify naar ‘Hold on Hope’ van Guided by Voices, en ‘All Will Be Well’ van Gabe Dixon, en ‘Avenue of Hope’ van I Am Kloot.

Het bruggetje dat ik wilde nemen om onze wijk weer in te lopen, bleek afgezet. Ik keerde om en liep terug.

Misschien dan toch geen bestaande tekst. Misschien moest ik zelf iets verzinnen. Ineens, toen, een slotzin: Hier begin je. En dan, dacht ik, daarboven een klein gedichtje over wat we zouden zien, voelen en herkennen als we in abstracte zin dat leven, pas begonnen, zouden aftasten. Hij strikt zijn veters. Hij zwaait. Hij geeft een steekpass. Er lukt iets en er mislukt iets.

Ik liep het Griftpark uit aan de zuidkant. De lantaarns op de muren van de voormalige gevangenis Wolvenplein brandden fel, ze reflecteerden in het water. De lucht was donkerblauw, helder, egaal. Steeds kwamen er korte zinnetjes in me op, de meesten nog niet erg goed, maar misschien kon het iets worden.

Thuis schreef ik zoveel mogelijk op.

Ons zoontje werd eind maart geboren. Buiten, achter de okergele gordijnen van de ziekenhuiskamer, was de eerste mooie lentedag begonnen. Ik kon er maar niet over uit wat mijn vrouw gedaan had. Het gevoel, daar aan het hoofdeind van het bed, van iets veel groters dan trots; ik wilde ter plekke verkruimelen tot ik niets meer was dan een eerbetoon aan haar en haar heldendaad.

Toen hij een uur en zeven minuten oud was, zette ik de playlist op die ik in de weken ervoor gemaakt had. Het eerste nummer dat ons zoontje in zijn leven hoorde, was ‘All Will Be Well’ van Gabe Dixon.

The new day dawns
And I am practicing my purpose once again
It is fresh and it is fruitful if I win but if I lose
Oh — I don’t know
I will be tired but I will turn and I will go
Only guessing til I get there then I’ll know
Oh — I will know

Iets verderop in de playlist stonden ook ‘Hold on Hope’ van Guided by Voices, en ‘Avenue of Hope’ van I Am Kloot, de andere liedjes die ik op die avond in januari geluisterd had.

Op het geboortekaartje brachten we de tekst uiteindelijk terug tot vrijwel alleen dat ene zinnetje dat die avond in me op was gekomen: Hier begin je.

Vanochtend herinnerde mijn dagboek-app me aan die avondwandeling, omdat die precies een jaar geleden was. Ik las terug wat ik toen schreef. Dat ik mezelf een ‘aanstaand vader’ noemde.

Vanmiddag lunchten we in het centrum. Het was druk in de stad. Zij zou afrekenen, ik nam de afslag naar de zithoek en zocht alvast een plek. Ik zette de kinderwagen in een hoek, zette mijn zoontje op de tafel, trok z’n rode winterjasje uit en zette hem in een kinderstoel. Ik ging bij hem zitten.

Daar zaten we: vader en zoon, geen twijfel over mogelijk. Iedereen die ons zou zien zitten, zo, zou het zíen. Onze truien in nagenoeg hetzelfde blauw. Hij was vrolijk. Hij had een stuk rijstwafel in z’n knuistje.

Het was geluk. Het was – ik heb er geen ander, beter of preciezer woord voor. Het cliché zal moeten voldoen. Geluk.

En dan nog te weten dat zij straks om het hoekje zou komen lopen en zich bij ons zou voegen, met broodjes, en met sap van banaan en sinaasappel, en dat ik naar zijn gezicht zou kunnen kijken op het moment dat hij zijn moeder weer zou herkennen nadat ze even weg was geweest.

Standaard
muziek

Ultimate Painting

Meerdere keren in het afgelopen jaar dacht ik bij een voor mij onbekend liedje ‘dit klinkt goed, wat is dit?’ om na wat zoeken op deze bandnaam uit te komen: Ultimate Painting.

De eerste keer was in maart 2018, toen ik ergens het naar de band zelf vernoemde nummer hoorde. Ultimate Painting van Ultimate Painting dus. Ik weet niet meer waar dat was, ergens in een lunchtentje, denk ik. (Vanochtend mijn Last.fm- en Shazam-geschiedenis doorgeploegd, mijn Day One-dagboek, mijn Google Calendar, mijn Google Maps-tijdlijn en waar ik die dag gepind heb, maar blijkbaar wordt niet nog álles vastgelegd.)

Het deed me meteen denken aan All The Same van Real Estate. Waar ik dát nummer voor het eerst hoorde, dat weet ik nog wel. Het was de zomer van 2012 en we interrailden door Europa, mijn vriendin en ik. In Krakau dronken we ’s middags icetea in Kazimierz, de Joodse wijk aan de Wisła. Daar hoorde ik dat liedje. Stukje opnemen en Shazammen toen ik weer ergens wifi had.

Ultimate Painting van Ultimate Painting heeft datzelfde prettig lome geluid, alsof de muzikanten dat deuntje moeiteloos nog een paar uur vol zouden kunnen houden. Het is zorgeloos, het is zondags. Geïnspireerd door Velvet Underground, en naast aan Real Estate ook wel verwant aan The Clientele.

Later bleek dat ik een ander nummer van ze al langer kende. Song for Brian Jones zat in mei 2017 in mijn Discover Weekly (de gepersonaliseerde lijst die Spotify wekelijks samenstelt). En via die twee nummers kwam ik op Kodiak, dat ook al zo lekker klonk.

Dit weekend hoorde ik Monday Morning, Somewhere Central in Wanderlust (een BBC/Netflix-serie die met de aflevering beter wordt, met vooral geweldig acteerwerk en goede muziek). Een mooi, klein liedje met een Simon & Garfunkel-achtige titel, en dus wéér iets van Ultimate Painting dat me meteen beviel.

Me maar eens inlezen dus. En pas toen kwam ik erachter dat de band niet meer bestaat. Het was een project van twee mannen, James Hoare en Jack Cooper, die in andere Britse bands speelden (respectievelijk Veronica Falls en Mazes) en besloten samen ook wat muziek te maken. Ze brachten tussen 2014 en 2016 elk jaar een album uit.

Het vierde album zou begin 2018 uitkomen en Up! gaan heten, maar toen kregen de heren op het laatste moment enorme ruzie. “Iedereen die met ons gewerkt heeft, weet dat onze samenwerking altijd erg fragiel is geweest”, schreef Cooper in februari op de Facebook-pagina van de band. Nu was het helemaal misgelopen tussen de twee, en “niet meer te lijmen”. Zo erg was het zelfs, dat het nieuwe album, dat nagenoeg af moet zijn geweest, níet is uitgebracht. En de single die wel al op Spotify gezet was, is daar weer afgehaald.

Zo verzoenend en vreedzaam als de liedjes klinken, zoveel spanning was er blijkbaar als die twee samen in de studio zaten. Einde verhaal.

Een maand later was ik dus aan het begin van de middag ergens waar ik een liedje hoorde dat mijn aandacht trok, waardoor ik alle andere dingen minder hoorde en alleen nog naar die muziek kon luisteren. Achterhalen wilde wat het was, en hierop uitkwam. Ultimate Painting van Ultimate Painting. Meer wilde horen. En heel langzaam, bijna bij toeval, na die ruzie, na dat teruggetrokken album, liefhebber werd.

Standaard
andermans boeken, muziek

Ik schreef met collega Toef Jaeger een Zomeravondgesprek voor NRC. De Zomeravondgesprekken zijn een serie interviews die de krant in de zomer publiceert, en waarvoor elke week twee aan elkaar gewaagde gasten een avond en een ochtend met twee NRC-redacteuren doorbrengen. Ons gesprek, met Spinvis en Marieke Lucas Rijneveld, staat hier.

Link
muziek

Rain Rain

Vorige week was ik in Bergen, in een hotel, voor een binnenkort in NRC te publiceren Zomeravondgesprek. Met een collega sprak ik een avond lang met Marieke Lucas Rijneveld, die De avond is ongemak schreef, en Erik de Jong: Spinvis.

De volgende ochtend, rond tien uur, stonden we met onze tassen bij de receptie. We zouden bijna afscheid nemen. Tegen Erik begon ik over een liedje dat ik de dag ervoor voor het eerst gehoord had. Ik had in Alkmaar een ov-fiets gehuurd en fietste daarna door Noord-Holland met de Discover Weekly-playlist van Spotify. Toen kwam Rain Rain van Spirit Fest langs.

Er is een heel album van. Het is een samenwerking van de zanger van The Notwist en het Japanse duo Tenniscoats. Er staat nóg een prachtig liedje op dat album (ook met twee maal hetzelfde woord in de titel), River River, en daar is ook een clip bij.

Ik zei die ochtend na het Zomeravondgesprek tegen Erik dat het zo heerlijk is als je een liedje hoort waarvan je meteen weet dat het de rest van je leven bij je zal blijven (behalve misschien als je doof wordt). Hij wilde weten welk liedje het was en zei dat hij het in de auto meteen zou luisteren.

Even later, weer op de fiets, weer door het groen van Noord-Holland, luisterde ik nog een keer naar Rain Rain, en bedacht ik dat het mogelijk was dat hij dat op dat moment óók zou doen. Datgene wat ik een dag eerder gevoeld had, kon zich al hebben vermenigvuldigd.

Standaard
muziek

Everything Now en Creature Comfort van Arcade Fire beloofden héél veel goeds, maar het album viel tegen. Blanket Me van Hundred Waters is hypnotiserend goed, maar naar de rest van het album luisterde ik bijna niet. En ook de albums van Spoon, Father John Misty en Fionn Regan haalden mijn top-10 net niet. Deze wel.

The National – Sleep Well Beast

Vanwege Goodbyes always take us half an hour / Can’t we just go home?, en hoe ik me herkende in dat sociale ongemak. Vanwege I have dreams of a first man and a first lady / Singing to us from the sea, en wat ik dan voor me zie: dit gaat over Barack en Michelle Obama, een presidentiële familie met stijl en flair, mensen die zongen, en hoe dat idee van Amerika nu van ons wegdrijft. Vanwege het drieluik Empire Line, I’ll Still Destroy You en Guilty Party. En omdat mijn favoriete band een nieuw album uitbracht – doodeng, want wat als het niet goed is? – en het me wist te verrassen, ontroeren, raken. Ik voelde zelfs trots: míjn lievelingsband maakte dit album.

Mount Eerie – A Crow Looked at Me

Hartverscheurend. Phil Elverum verloor zijn vrouw aan kanker en nam deze liedjes op in de kamer waar hij met haar sliep. Voorbij de poëzie, voorbij wat een liedje ‘hoort’ te zijn. Het is puur verdriet. Rouw. Zoals alleen al het eerste nummer abrupt eindigt: It’s dumb / And I don’t want to learn anything from this / I love you. Alsof hij tijdens het opnemen dacht: wat doet het ertoe, ik stop met spelen, maar dan zeg ik nog wel even dat ik van haar hield, want dat moet.

Spinvis – Trein Vuur Dageraad

Leek minder aandacht te krijgen dan zijn drie voorgaande albums, maar is mij niet minder dierbaar. Tienduizend Zwaluwen is een van de allermooiste Spinvis-liedjes. Stefan en Lisette een aanstaande klassieker. Het titelnummer mag in geen enkel live-optreden van de band nog ontbreken. Dageraadplein is een prachtig feestje.

Cigarettes After Sex – Cigarettes After Sex

Debuut van het jaar. Slaapkamerhunkeringen over liefde, seks en bescherming. Tekstueel vaak oninteressant (Stay with me / I don’t want you to leave), maar het zijn alsnog liedjes met een enorme intensiteit. Beste nummer: Sweet.

Lorde – Melodrama

Na dat bijzondere debuut uit 2013 viel misschien te verwachten dat de ‘moeilijke tweede’ zou volgen. Niets daarvan: nog meer een eigen stem, nog meer een eigen richting. En pas 21 jaar oud, hoor je er dan bij te zeggen.

Joep Beving – Prehension

De Nederlandse Ólafur Arnalds. Mooie, breekbare instrumentale pianoliedjes. Schijnt dit jaar ook een groot publiek te hebben gekregen door optredens bij DWDD – dat merkte ik pas toen de grote zaal van TivoliVredenburg in mei helemaal volliep.

Julien Baker – Turn out the Lights

Soms kun je heel specifiek aanwijzen op welk punt je voor een nummer, album en artiest viel. Bij mij was dat de allerlaatste zin van Sour Breath.

Laura Marling – Semper Femina

Eerste album van haar dat me echt pakte. Nothing, Not Nearly is nu mijn favoriete nummer van Marling.

Real Estate – In Mind

Niet hun sterkste album, maar then again, al hun albums klinken min of meer hetzelfde. En het is altijd goed, dus deze ook.

Alt-J – RELAXER

Eigenlijk vooral vanwege het eerste nummer, een van mijn favoriete liedjes van het jaar. 3WW gaat heel soepel allerlei kanten op.

Mijn favoriete albums van 2017

Aside
muziek

Love is the key we must turn
Truth is the flame we must burn
Freedom the lesson we must learn
Do you know what I mean
Have your eyes really seen

Love Song van Elton John was gisteravond het 200.000e liedje dat ik luisterde sinds de zomer van 2006. Dat weet ik omdat ik vanaf dat moment met Last.fm mijn luistergedrag bijhoud. De Dijk zong ooit over Lovesong 100.001, maar die zet ik dus mooi op een rondje. Mijn meest geluisterde nummer is Slow Show van The National. En dit zijn – volgens Spotify – mijn 100 meest beluisterde nummers van 2017.

Love Song 200.000

Citaat
muziek

I’ll Still Destroy You

Toen ik I’ll Still Destroy You van het nieuwste album van The National voor het eerst hoorde, zat ik in de bibliotheek. Of, dat is niet helemaal waar: ik liep eerst over de Stadhuisbrug in Utrecht, voor boekhandel Broese langs, maar werd onderbroken door iemand die me iets wilde verkopen. Ik pauzeerde het liedje en wimpelde haar beleefd af. ‘Ik ben geconcentreerd voor het eerst naar het nieuwste album van mijn favoriete band aan het luisteren’, wilde ik nog als reden aanvoeren, maar ik dacht ook: wat moet zij met die informatie?

In de bibliotheek startte ik het nummer opnieuw, vanaf het begin. Lees verder

Standaard
muziek

“Sometimes, I want to remind myself of ideas I’ve written, so I write them again in a different way. Usually that idea is one of three things: I’m freaked out about the world, I want to be a good husband and dad and I’m trying but sometimes I’m a bit of an asshole, and I’m sorry. So it’s either: I’m scared, I’m sorry, or I love you.”

Matt Berninger

Three ideas

Citaat