muziek

Rain Rain

Vorige week was ik in Bergen, in een hotel, voor een binnenkort in NRC te publiceren Zomeravondgesprek. Met een collega sprak ik een avond lang met Marieke Lucas Rijneveld, die De avond is ongemak schreef, en Erik de Jong: Spinvis.

De volgende ochtend, rond tien uur, stonden we met onze tassen bij de receptie. We zouden bijna afscheid nemen. Tegen Erik begon ik over een liedje dat ik de dag ervoor voor het eerst gehoord had. Ik had in Alkmaar een ov-fiets gehuurd en fietste daarna door Noord-Holland met de Discover Weekly-playlist van Spotify. Toen kwam Rain Rain van Spirit Fest langs.

Er is een heel album van. Het is een samenwerking van de zanger van The Notwist en het Japanse duo Tenniscoats. Er staat nóg een prachtig liedje op dat album (ook met twee maal hetzelfde woord in de titel), River River, en daar is ook een clip bij.

Ik zei die ochtend na het Zomeravondgesprek tegen Erik dat het zo heerlijk is als je een liedje hoort waarvan je meteen weet dat het de rest van je leven bij je zal blijven (behalve misschien als je doof wordt). Hij wilde weten welk liedje het was en zei dat hij het in de auto meteen zou luisteren.

Even later, weer op de fiets, weer door het groen van Noord-Holland, luisterde ik nog een keer naar Rain Rain, en bedacht ik dat het mogelijk was dat hij dat op dat moment óók zou doen. Datgene wat ik een dag eerder gevoeld had, kon zich al hebben vermenigvuldigd.

Standard
muziek

Mijn favoriete albums van 2017

Everything Now en Creature Comfort van Arcade Fire beloofden héél veel goeds, maar het album viel tegen. Blanket Me van Hundred Waters is hypnotiserend goed, maar naar de rest van het album luisterde ik bijna niet. En ook de albums van Spoon, Father John Misty en Fionn Regan haalden mijn top-10 net niet. Deze wel.

The National – Sleep Well Beast

Vanwege Goodbyes always take us half an hour / Can’t we just go home?, en hoe ik me herkende in dat sociale ongemak. Vanwege I have dreams of a first man and a first lady / Singing to us from the sea, en wat ik dan voor me zie: dit gaat over Barack en Michelle Obama, een presidentiële familie met stijl en flair, mensen die zongen, en hoe dat idee van Amerika nu van ons wegdrijft. Vanwege het drieluik Empire Line, I’ll Still Destroy You en Guilty Party. En omdat mijn favoriete band een nieuw album uitbracht – doodeng, want wat als het niet goed is? – en het me wist te verrassen, ontroeren, raken. Ik voelde zelfs trots: míjn lievelingsband maakte dit album.

Mount Eerie – A Crow Looked at Me

Hartverscheurend. Phil Elverum verloor zijn vrouw aan kanker en nam deze liedjes op in de kamer waar hij met haar sliep. Voorbij de poëzie, voorbij wat een liedje ‘hoort’ te zijn. Het is puur verdriet. Rouw. Zoals alleen al het eerste nummer abrupt eindigt: It’s dumb / And I don’t want to learn anything from this / I love you. Alsof hij tijdens het opnemen dacht: wat doet het ertoe, ik stop met spelen, maar dan zeg ik nog wel even dat ik van haar hield, want dat moet.

Spinvis – Trein Vuur Dageraad

Leek minder aandacht te krijgen dan zijn drie voorgaande albums, maar is mij niet minder dierbaar. Tienduizend Zwaluwen is een van de allermooiste Spinvis-liedjes. Stefan en Lisette een aanstaande klassieker. Het titelnummer mag in geen enkel live-optreden van de band nog ontbreken. Dageraadplein is een prachtig feestje.

Cigarettes After Sex – Cigarettes After Sex

Debuut van het jaar. Slaapkamerhunkeringen over liefde, seks en bescherming. Tekstueel vaak oninteressant (Stay with me / I don’t want you to leave), maar het zijn alsnog liedjes met een enorme intensiteit. Beste nummer: Sweet.

Lorde – Melodrama

Na dat bijzondere debuut uit 2013 viel misschien te verwachten dat de ‘moeilijke tweede’ zou volgen. Niets daarvan: nog meer een eigen stem, nog meer een eigen richting. En pas 21 jaar oud, hoor je er dan bij te zeggen.

Joep Beving – Prehension

De Nederlandse Ólafur Arnalds. Mooie, breekbare instrumentale pianoliedjes. Schijnt dit jaar ook een groot publiek te hebben gekregen door optredens bij DWDD – dat merkte ik pas toen de grote zaal van TivoliVredenburg in mei helemaal volliep.

Julien Baker – Turn out the Lights

Soms kun je heel specifiek aanwijzen op welk punt je voor een nummer, album en artiest viel. Bij mij was dat de allerlaatste zin van Sour Breath.

Laura Marling – Semper Femina

Eerste album van haar dat me echt pakte. Nothing, Not Nearly is nu mijn favoriete nummer van Marling.

Real Estate – In Mind

Niet hun sterkste album, maar then again, al hun albums klinken min of meer hetzelfde. En het is altijd goed, dus deze ook.

Alt-J – RELAXER

Eigenlijk vooral vanwege het eerste nummer, een van mijn favoriete liedjes van het jaar. 3WW gaat heel soepel allerlei kanten op.

Aside
muziek

Love is the key we must turn
Truth is the flame we must burn
Freedom the lesson we must learn
Do you know what I mean
Have your eyes really seen

Love Song van Elton John was gisteravond het 200.000e liedje dat ik luisterde sinds de zomer van 2006. Dat weet ik omdat ik vanaf dat moment met Last.fm mijn luistergedrag bijhoud. De Dijk zong ooit over Lovesong 100.001, maar die zet ik dus mooi op een rondje. Mijn meest geluisterde nummer is Slow Show van The National. En dit zijn – volgens Spotify – mijn 100 meest beluisterde nummers van 2017.

Citaat
muziek

I’ll Still Destroy You

Toen ik I’ll Still Destroy You van het nieuwste album van The National voor het eerst hoorde, zat ik in de bibliotheek. Of, dat is niet helemaal waar: ik liep eerst over de Stadhuisbrug in Utrecht, voor boekhandel Broese langs, maar werd onderbroken door iemand die me iets wilde verkopen. Ik pauzeerde het liedje en wimpelde haar beleefd af. ‘Ik ben geconcentreerd voor het eerst naar het nieuwste album van mijn favoriete band aan het luisteren’, wilde ik nog als reden aanvoeren, maar ik dacht ook: wat moet zij met die informatie?

In de bibliotheek startte ik het nummer opnieuw, vanaf het begin. Lees verder

Standard
muziek

“Sometimes, I want to remind myself of ideas I’ve written, so I write them again in a different way. Usually that idea is one of three things: I’m freaked out about the world, I want to be a good husband and dad and I’m trying but sometimes I’m a bit of an asshole, and I’m sorry. So it’s either: I’m scared, I’m sorry, or I love you.”

Matt Berninger

Citaat
muziek

Exit Music

Om verschillende redenen moest ik dit weekend terugdenken aan het optreden van Radiohead op Best Kept Secret. Ten eerste speelde de band vrijdag op Glastonbury. Ten tweede ging er een lollig nepnieuwtje rond op Twitter over dat het stemmen van een gitaar door fans was aangezien voor een nieuw nummer. Toeschouwers hadden meteen gevonden dat “het beste werk van Radiohead was sinds OK Computer” – een rake karikatuur van het soort fans waar de band er nu eenmaal veel van heeft. (Ik was dit weekend op een verjaardag, en daar was iemand zelfs in de veronderstelling dat dit verzonnen voorval zich op Best Kept Secret had voorgedaan.)

Ten derde was het een week geleden. Ik ging door de foto’s op mijn telefoon van dat festival en bleef weer even staan bij het beeld van het grote podium in het nog net achtergebleven licht, het groen achter de band en het silhouet van Thom Yorke. Het moet tijdens een van de eerste nummers geweest zijn, Airbag misschien, of 15 Step of Myxomatosis, want daarna speelden ze Pyramid Song, en ik herinner me dat het toen al donkerder was, en dat het het begin was van een soort dieper wegzakken in de muziek, een staat-van-zijn waar ik mijn telefoon niet bij kon gebruiken. Lees verder

Standard
muziek

Over & Over

Het was zaterdagochtend, nog geen 10 AM, maar de jetlag had ons al vroeg naar Williamsburg gejaagd. De meeste winkels waren nog dicht. Er waren weinig mensen op straat. Tot de rest van de stad zich bij ons aan zou sluiten, dronken we koffie in een verder leeg café met een krijtbordmenu en een houten plafond. Het lokale katern van The New York Times lag op het ronde tafeltje.

Veruit het grootste gedeelte van alle liedjes die ik goed kán vinden, zal ik nooit horen. Daarvoor is er te veel en daarvoor kruist wat ik wél ontdek te toevallig mijn pad, zoals je in een vreemde stad ook maar een beperkt aantal straten in kan lopen.

Maar in dat café hoorde ik een nummer dat me greep vanwege de outro. Ik probeerde het te herkennen met Shazam en kreeg direct resultaat: Over & Over van Fleetwood Mac, opgenomen op 2 april 1979 en later dat jaar, in oktober, uitgebracht als openingsnummer van het dubbelalbum Tusk. Dat was de opvolger van het immens succesvolle Rumours en kostte naar verluidt een fortuin om te maken.

(Mijn excuses als je dit allemaal al weet, maar ik leefde toen nog niet en ik ken Fleetwood Mac vooral van overbekende, maar mij niet rakende Top 2000-nummers, en hoewel de roem van Rumours me niet ontgaan is heb ik er nooit tijd in gestoken, omdat je dus niet alle straten in kunt lopen.)

Over & Over is aan de oppervlakte geen bijzonder nummer. De tekst is simpel, bijna nietig. Het liedje werd niet uitgebracht als single, is verre van het populairste nummer van de band (het is een klein raadsel hoe het überhaupt in de playlist van die koffietent belandde), heeft geen eigen Wikipedia-pagina en als ik de Last.fm-pagina ervan bezoek, wordt daaronder alleen een door cookies gegenereerde advertentie getoond voor Adidas-sneakers die ik laatst bekeek.

Maar het viel me dus op dankzij dat outro, dat van een broze schoonheid is en me leerde dat Fleetwood Mac meer is dan Go Your Own Way, en me aanmoedigt meer van ze te luisteren.

Maar bovenal is het de prettige bevestiging dat dat niet hóeft, want soms komen liedjes je vanzelf opzoeken als je aan de andere kant van de wereld bent, als het tijdverschil je te vroeg naar buiten stuurde en je wat tijd te doden hebt.

Standard
muziek

We’re all in high school of life, and we’re all waiting for the teacher to turn around long enough to take that pen, that we’ve been chewing on long enough that it’s got a sharp enough end, that you could scratch in your initials, and right next to the ‘I was here’, you put your own.

Ryan Adams bij All Songs Considered

Citaat
alledaagse dingen, muziek, sport

Reeperbahn

We reden met z’n negenen naar Hamburg. Negen mannen, jonge mannen, vrienden sinds lang daarvoor. Eens in het jaar een weekend, volgens traditie. Hamburg was smerig, in de meest charmante zin van het woord – er stond een kermis zo groot als een dorp, hooligans van St. Pauli hadden de muren tegenover ons hotel beklad. Een keer naar rechts en dan naar links en daar lag de Reeperbahn, grauw en vuig, koude straatstenen en slecht neonlicht.

We zagen een wedstrijd van HSV, treurig onderaan in de Duitse Bundesliga, nog zonder één overwinning. Er hing een groot bord in de kromming van het stadion, een bord dat optelde: zo lang speelt de club al onafgebroken op het hoogste niveau in Duitsland. Hij stond op 53 jaar, 93 dagen, 21 uur, en dan nog wat minuten en seconden. Het tikte door, maar je voelde dat de trots ervan niet meer bestond, je voelde dat dat bord ze om de nek hing, zwaar, en dat de mannen met shirtjes en sjaaltjes voorover moesten buigen om het nog te kunnen dragen. Het werd 2-2 tegen Werder Bremen. HSV bleef laatste.

Eerder op de dag, op zaterdagochtend, was ik in m’n eentje naar het Beatles Platz aan de Reeperbahn gelopen, om weer even te kijken. Ter ere van de periodes die de toen nog beginnende band in Hamburg doorbracht, dagelijks urenlang op de planken van vuile kroegen, staan er uit ijzeren contouren bestaande silhouetten van John, Paul, George en Ringo. Niets bijzonders, eigenlijk. Los van hen, op een paar meter afstand, staat Stuart Sutcliffe. De basgitarist die er niks van kon en het ook niet echt wilde, maar John had hem erbij gevraagd dus hij deed het maar. Hij werd in Hamburg verliefd op een Duits meisje en bleef daar.

’s Avonds, na de wedstrijd, toen we de stampvolle metro uit waren, liepen we er met z’n negenen langs. Een van mijn vrienden vroeg: waarom staat er één gast los van de rest, en dat hoorde ik graag, want toen kon ik erover vertellen.

Standard