muziek

Mijn favoriete albums van 2017

Everything Now en Creature Comfort van Arcade Fire beloofden héél veel goeds, maar het album viel tegen. Blanket Me van Hundred Waters is hypnotiserend goed, maar naar de rest van het album luisterde ik bijna niet. En ook de albums van Spoon, Father John Misty en Fionn Regan haalden mijn top-10 net niet. Deze wel.

The National – Sleep Well Beast

Vanwege Goodbyes always take us half an hour / Can’t we just go home?, en hoe ik me herkende in dat sociale ongemak. Vanwege I have dreams of a first man and a first lady / Singing to us from the sea, en wat ik dan voor me zie: dit gaat over Barack en Michelle Obama, een presidentiële familie met stijl en flair, mensen die zongen, en hoe dat idee van Amerika nu van ons wegdrijft. Vanwege het drieluik Empire Line, I’ll Still Destroy You en Guilty Party. En omdat mijn favoriete band een nieuw album uitbracht – doodeng, want wat als het niet goed is? – en het me wist te verrassen, ontroeren, raken. Ik voelde zelfs trots: míjn lievelingsband maakte dit album.

Mount Eerie – A Crow Looked at Me

Hartverscheurend. Phil Elverum verloor zijn vrouw aan kanker en nam deze liedjes op in de kamer waar hij met haar sliep. Voorbij de poëzie, voorbij wat een liedje ‘hoort’ te zijn. Het is puur verdriet. Rouw. Zoals alleen al het eerste nummer abrupt eindigt: It’s dumb / And I don’t want to learn anything from this / I love you. Alsof hij tijdens het opnemen dacht: wat doet het ertoe, ik stop met spelen, maar dan zeg ik nog wel even dat ik van haar hield, want dat moet.

Spinvis – Trein Vuur Dageraad

Leek minder aandacht te krijgen dan zijn drie voorgaande albums, maar is mij niet minder dierbaar. Tienduizend Zwaluwen is een van de allermooiste Spinvis-liedjes. Stefan en Lisette een aanstaande klassieker. Het titelnummer mag in geen enkel live-optreden van de band nog ontbreken. Dageraadplein is een prachtig feestje.

Cigarettes After Sex – Cigarettes After Sex

Debuut van het jaar. Slaapkamerhunkeringen over liefde, seks en bescherming. Tekstueel vaak oninteressant (Stay with me / I don’t want you to leave), maar het zijn alsnog liedjes met een enorme intensiteit. Beste nummer: Sweet.

Lorde – Melodrama

Na dat bijzondere debuut uit 2013 viel misschien te verwachten dat de ‘moeilijke tweede’ zou volgen. Niets daarvan: nog meer een eigen stem, nog meer een eigen richting. En pas 21 jaar oud, hoor je er dan bij te zeggen.

Joep Beving – Prehension

De Nederlandse Ólafur Arnalds. Mooie, breekbare instrumentale pianoliedjes. Schijnt dit jaar ook een groot publiek te hebben gekregen door optredens bij DWDD – dat merkte ik pas toen de grote zaal van TivoliVredenburg in mei helemaal volliep.

Julien Baker – Turn out the Lights

Soms kun je heel specifiek aanwijzen op welk punt je voor een nummer, album en artiest viel. Bij mij was dat de allerlaatste zin van Sour Breath.

Laura Marling – Semper Femina

Eerste album van haar dat me echt pakte. Nothing, Not Nearly is nu mijn favoriete nummer van Marling.

Real Estate – In Mind

Niet hun sterkste album, maar then again, al hun albums klinken min of meer hetzelfde. En het is altijd goed, dus deze ook.

Alt-J – RELAXER

Eigenlijk vooral vanwege het eerste nummer, een van mijn favoriete liedjes van het jaar. 3WW gaat heel soepel allerlei kanten op.

Aside
muziek

Love is the key we must turn
Truth is the flame we must burn
Freedom the lesson we must learn
Do you know what I mean
Have your eyes really seen

Love Song van Elton John was gisteravond het 200.000e liedje dat ik luisterde sinds de zomer van 2006. Dat weet ik omdat ik vanaf dat moment met Last.fm mijn luistergedrag bijhoud. De Dijk zong ooit over Lovesong 100.001, maar die zet ik dus mooi op een rondje. Mijn meest geluisterde nummer is Slow Show van The National. En dit zijn – volgens Spotify – mijn 100 meest beluisterde nummers van 2017.

Citaat
alledaagse dingen

Intocht

In het weekend hadden we een tweeling van 3,5 jaar oud te logeren. Verstijfd stonden ze zaterdagochtend op een metertje afstand naar hun schoenen te kijken: er zat iets in. En er lagen pepernoten naast.

We zeiden ze dat Sinterklaas die dag aan zou komen, maar dat er klaarblijkelijk al Pietjes vooruitgestuurd waren. Met die lezing namen ze genoegen. Terwijl de eerste verbazing wegebte en ze aan de pepernoten begonnen, herinnerde ik me de gelukzalige spanning die ik vroeger voelde op zo’n moment: dat je beneden komt en er iets in je schoen is achtergelaten. Dat er terwijl je sliep iets gebeurd is.

We ontbeten, speelden een spelletje waarbij ze een stoffen bal door een hoepel moesten gooien en gingen naar de kinderboerderij. Toen we weer thuis kwamen stond de intocht al op het punt van beginnen, maar we moesten ook nog lunchen. Ik pauzeerde Dieuwertje Blok voor ze kon overschakelen naar verslaggever Jeroen Kramer op de kade van Dokkum.

Dat de stoomboot pas weer koers zette richting het haventje toen zij hun poffertjes met blauwe bessen op hadden, wekte geen argwaan bij de 3,5-jarigen. Het was niet raar. Dat er mannen aan boord waren in normale kleding, die daarna met mysterieuze koffertjes en kordate pas Nederland binnenbeenden, ook niet. Of dat elke Piet een ander kleurtje had. Kinderen geloven in de wereld zoals die ze gepresenteerd wordt.

Standard
mijn boeken

Flip speelt de eerste vier akkoorden alsof hij ze van zijn gitaar af probeert te vegen, laat de snaren doortrillen onder zijn vingers en steekt daarna zijn hand de lucht in. Hij wacht af. Hij geeft ze de tijd. Maar het duurt niet langer dan een seconde voor de zaal het nummer herkent. De mix van gejoel en applaus rolt van voor naar achter. Er gaan handen de lucht in.
Jasper pakt de halflege fles witte wijn van het drumpodium en zet hem aan zijn mond. Flip buigt naar de microfoon, wacht tot hij weer boven het zaalgeluid uit kan komen en zegt dan: ‘Jullie waren geweldig. Dit is ons laatste nummer. Dit is Black Feathers.’
Dan stijgt een nieuwe golf geluid op uit de zaal. Hoger, steeds hoger. Harder, steeds harder. Het davert en giert. Het podium trilt mee. Ik denk niet dat ik het eerder zo heb gehoord.

(Hier meer over mijn volgende roman, die volgend jaar verschijnt.)

Citaat
muziek

I’ll Still Destroy You

Toen ik I’ll Still Destroy You van het nieuwste album van The National voor het eerst hoorde, zat ik in de bibliotheek. Of, dat is niet helemaal waar: ik liep eerst over de Stadhuisbrug in Utrecht, voor boekhandel Broese langs, maar werd onderbroken door iemand die me iets wilde verkopen. Ik pauzeerde het liedje en wimpelde haar beleefd af. ‘Ik ben geconcentreerd voor het eerst naar het nieuwste album van mijn favoriete band aan het luisteren’, wilde ik nog als reden aanvoeren, maar ik dacht ook: wat moet zij met die informatie?

In de bibliotheek startte ik het nummer opnieuw, vanaf het begin. Lees verder

Standard
andermans boeken

A Grief Observed

Omdat de dood en rouw ook in mijn derde roman een rol spelen, probeer ik veel te lezen op dat gebied. Gisteravond kwam ik min of meer bij toeval bij A Grief Observed, een klein boekje van 64 pagina’s van C.S. Lewis. Ik bestelde het, en toen ik vanochtend terugkwam van het hardlopen, lag het al op de mat. ’s Middags las ik het.

Ik ben diep, diep onder de indruk. Geraakt ook; niet ontroerd per se, niet brok-in-de-keel, maar geraakt op een dieper niveau. C.S. Lewis schrijf over zijn vrouw, met wie hij vanaf 1956 vier jaar getrouwd was en die stierf aan kanker. Hij herinnert haar, voelt de pijn van rouw en twijfelt aan zijn geloof in God. Door daarover te schrijven in notitieboekjes die hij in zijn huis vindt (in het laatste gedeelte schrijft hij dat hij het vertikt voor dit doel nieuwe schriftjes te kopen; het zal moeten gebeuren op de lege pagina’s die hij nog heeft) onderzoekt hij de manieren om ermee om te gaan. Hij tast al schrijvende naar zorgvuldig geformuleerde gedachten die zijn rouw – en later, heel voorzichtig, zijn verwerking – kunnen vormgeven. Lees verder

Standard
muziek

“Sometimes, I want to remind myself of ideas I’ve written, so I write them again in a different way. Usually that idea is one of three things: I’m freaked out about the world, I want to be a good husband and dad and I’m trying but sometimes I’m a bit of an asshole, and I’m sorry. So it’s either: I’m scared, I’m sorry, or I love you.”

Matt Berninger

Citaat
andermans boeken

Max, Micha & het Tet-offensief

Dit was de zin, op pagina 172-173 van Max, Micha & het Tet-Offensief, dat ik zeker wist dat Harstad weer iets heel bijzonders geschreven had:

Ze heeft lang, donker haar dat er zelfs op afstand zo zacht uitziet dat het visioenen oproept van een bad vol haarverzorgingsproducten en balsamkuren, ontwikkeld door Duitse experts in schemerige ruimtes ergens diep in de bergen, of misschien is haar haar gewoon zo, van zichzelf, zonder poespas en dagelijks onderhoud, en van zo’n kwaliteit dat ervaren kappers hun hoofd schudden als ze de zaak binnenkomt en haar een gratis behandeling en talloze proefmonsters aanbieden omdat ze het een eer vinden dat ze eindelijk eens kunnen werken met het ideale basismateriaal: ze is van nature mooi en dat weet ze, er is niets toevalligs aan de manier waarop ze staat en gaat of aan wat ze draagt, het knalblauwe sportjasje met een onleesbaar logo waar je je ogen niet vanaf kunt houden op haar borst en de bruine ribfluwelen broek die haar spierwitte gymschoenen laat fonkelen en de aandacht in een vloeiende beweging weer terugbrengt naar haar gezicht; zelfs haar kapsel, informeel en op het slordige af, bijeengebonden in een nonchalante en veel te hoge paardenstaart die half losraakt, is niet vanzelf zo geworden, maar moet zo zijn, elke beweging is bijna ingestudeerd, gecalculeerd en berekend op een manier die haar berooft van al die natuurlijkheid die ze desondanks toch uitstraalt, het is allemaal uitermate verwarrend; ze ziet er niet gevaarlijk, arrogant of onbenaderbaar uit, maar vriendelijk, mooi op een uiterst verdachte manier, en de vier jongens die haar in het klamme zwembad voor het eerst zien, verbazen zich over het mysterie dat ze haar – met uitzondering van Stanley – niet eerder hebben gezien, want als je haar eenmaal hebt gezien, kun je je onmogelijk voorstellen hoe je haar ooit hebt kunnen missen, ze is anders dan alle anderen, en ook in een gezelschap van honderden mensen zou je haar er in één seconde uit kunnen pikken; verliefd op haar worden zou bijna te gemakkelijk zijn, ze is de hoofdattractie bij de onder-de-dekens-activiteiten van heel veel jongens en ook voor de jongens met nobelere, langeretermijngedachten over liefde, naast, kun je je zo voorstellen, een paar meisjes die nog twijfelen tussen de rijbanen.

Er is veel om van onder de indruk te zijn. Ja, dit is één zin, maar dat is op zichzelf niet zo’n prestatie. Een andere schrijver (of een strenge eindredacteur) zou allereerst van alle puntkomma’s en enkele komma’s punten gemaakt hebben. Dan staat er nog steeds hetzelfde, maar ook weer niet helemaal: juist door het nergens af te kappen gaat de zin golven, is het een als een wolk overdrijvende gedachte in het hoofd van een jongen die dit meisje voor het eerst ziet.

Het zit ook in andere dingen. Dat gewoon zo gecursiveerd is, waardoor het twee heel effectieve woorden worden. Dat hij er heel subtiel in verwerkt dat hij maar niet kan stoppen met kijken naar een ‘onleesbaar’ logo – dat ter hoogte van haar borsten op haar jasje zit. Dat hij op tweederde schakelt naar dat groepje jongens en vanuit hun gezamenlijke perspectief verdergaat. En dan nog de meisjes die ‘twijfelen tussen de rijbanen’: verrukkelijk.

Het bijzondere is ook dat dit meisje, Alison, helemaal geen grote rol heeft in het boek. Ze wordt geïntroduceerd en verdwijnt op een zeker moment weer, waarmee Harstad eens te meer duidelijk maakt: het gaat hem om de taal, de stijl, om het kunnen en durven schrijven van dit soort passages.

Daarna maakte het me eigenlijk al niet zoveel meer uit hoe het verhaal zou aflopen, wat er precies zou gebeuren op de 1.057 pagina’s die nog zouden volgen.

Max, Micha & het Tet-offensief gaat over toneelregisseur Max Hansen, die op jonge leeftijd met zijn ouders van Noorwegen naar de New York verhuisde omdat zijn vader, piloot, daar een betere baan kon krijgen. Max is eigenlijk nog te jong om te weten wat het met hem doet zijn jeugd zo letterlijk achter te laten, maar heeft gelukkig 1.230 pagina’s om daarachter te komen. Onderweg leren we ook Owen kennen, een oom van Max en een Vietnam-veteraan die vele jaren eerder dezelfde kant op emigreerde als zijn neef. Als de twee elkaar vinden, heeft Max inmiddels ook een andere zielsverwant gevonden in de mooie, zeven jaar oudere Micha. Alledrie zijn ze ontheemd in een stad die ook nog eens met instortende WTC-torens en orkanen te maken krijgt.

Van een boek met ruim twaalfhonderd pagina’s kun je altijd zeggen dat het ‘dunner gekund had’. Natuurlijk klopt dat: haal uit die ene zin hierboven ‘en talloze proefmonsters’, ‘informeel en op het slordige af’ en nog zo wat beschrijvingen en bijzinnen en de boodschap blijft inhoudelijk wel overeind. Maar ik las dit boek dus omdat die woorden zijn blijven staan. Omdat die passages nooit gekunsteld of clichématig overkomen. Het lijkt hem zo gemakkelijk af te gaan. Het is allemaal zo bijzonder mooi. (Ook dankzij de Nederlandse vertalers dus, want daarbij kan het gemakkelijk misgaan en dit moet een monsterklus geweest zijn.)

Ik vouwde ook de hoekjes om van de pagina’s over Max’ vader (vanaf pagina 333), Harstads uiteenzetting over de belofte van jeugd vs de realiteit van het volwassen zijn (580-581), de ene zin die ruim vijf pagina’s doorgaat (883-887) en de opsomming die steeds begint met ‘ik hield van haar’ over Mischa (1053-1056).

Ik zal toegeven dat het compleet lyrische van de pakweg eerste driehonderd pagina’s daarna een beetje wegzakte, en dat ik uiteindelijk minder had met Owen dan met Max. Dat niet alle delen me juichend de bladzijden deden omslaan. Maar dit is hét boek dat ik las in de zomer van 2017, ik zal het daaraan blijven verbinden, en het was, nu we eenmaal in september zitten, alles wat ik ervan had kunnen verwachten.

Standard
mijn boeken

Mijn tweede

Als mensen me vragen welk boek van mij ze zouden moeten lezen, zeg ik bijna altijd: mijn eerste. Ik heb het idee dat dat boek lezers gemakkelijker ‘wint’, en dat mijn tweede – tja, waar ligt het aan? Misschien aan dat die iets minder goede recensies kreeg, minder opviel, minder goed verkocht. Maar juist daarom is het mooi om te merken, eens in de zoveel tijd, dat ook dat boek mensen raakt. Vandaag is het drie jaar geleden dat het uitkwam, en toevallig las ik vanochtend op Goodreads deze recensie, enkele dagen geleden geschreven (spoiler alert, zegt de lezer erbij):

Dit boek, over een vader en zoon die beide een dwangstoornis hebben maar hier met niemand over durven te praten, roerde me. Wat een opluchting als het wel mogelijk blijkt om te praten over dit soort aandoeningen, en wat een steun en hulp kan je krijgen als je dit doet. De vele melancholische terugblikken en de observaties over het leven en de liefde droegen er aan bij dat het boek me zo raakte. De schrijfstijl is fijn en ik heb het boek in mijn vakantie in twee dagen uitgelezen. Er gebeurt niet heel veel, maar toch blijft het boek continu boeien, en dát is echt knap schrijfwerk. Een aanrader!

De laatste zin van het boek intrigeert me enorm. Moet ik hem figuurlijk interpreteren en is het het einde van de stilte omdat Boris nu durft te praten over zijn aandoening, of is het de aankondiging van een From Dusk Till Dawn-achtige plotwending? We zullen het nooit weten.

Aside