alledaagse dingen, muziek, sport

Reeperbahn

We reden met z’n negenen naar Hamburg. Negen mannen, jonge mannen, vrienden sinds lang daarvoor. Eens in het jaar een weekend, volgens traditie. Hamburg was smerig, in de meest charmante zin van het woord – er stond een kermis zo groot als een dorp, hooligans van St. Pauli hadden de muren tegenover ons hotel beklad. Een keer naar rechts en dan naar links en daar lag de Reeperbahn, grauw en vuig, koude straatstenen en slecht neonlicht.

We zagen een wedstrijd van HSV, treurig onderaan in de Duitse Bundesliga, nog zonder één overwinning. Er hing een groot bord in de kromming van het stadion, een bord dat optelde: zo lang speelt de club al onafgebroken op het hoogste niveau in Duitsland. Hij stond op 53 jaar, 93 dagen, 21 uur, en dan nog wat minuten en seconden. Het tikte door, maar je voelde dat de trots ervan niet meer bestond, je voelde dat dat bord ze om de nek hing, zwaar, en dat de mannen met shirtjes en sjaaltjes voorover moesten buigen om het nog te kunnen dragen. Het werd 2-2 tegen Werder Bremen. HSV bleef laatste.

Eerder op de dag, op zaterdagochtend, was ik in m’n eentje naar het Beatles Platz aan de Reeperbahn gelopen, om weer even te kijken. Ter ere van de periodes die de toen nog beginnende band in Hamburg doorbracht, dagelijks urenlang op de planken van vuile kroegen, staan er uit ijzeren contouren bestaande silhouetten van John, Paul, George en Ringo. Niets bijzonders, eigenlijk. Los van hen, op een paar meter afstand, staat Stuart Sutcliffe. De basgitarist die er niks van kon en het ook niet echt wilde, maar John had hem erbij gevraagd dus hij deed het maar. Hij werd in Hamburg verliefd op een Duits meisje en bleef daar.

’s Avonds, na de wedstrijd, toen we de stampvolle metro uit waren, liepen we er met z’n negenen langs. Een van mijn vrienden vroeg: waarom staat er één gast los van de rest, en dat hoorde ik graag, want toen kon ik erover vertellen.

Standaard
muziek

The Beatles

Toen ik aan het begin van deze eeuw bij de Free Record Shop in Alkmaar werkte, keek ik uit naar de dagen voor Kerst. Dat waren heerlijke dagen om te werken; de drukte trok me mee en gaf me energie, het was heerlijk om twee gesprekken tegelijk aan de gang te houden, ondertussen iets af te rekenen en direct daarna even met een klant mee te lopen om te laten zien waar de Lord of the Rings-films stonden. Klanten waren in een goed humeur en begrepen het als ze niet direct aan de beurt waren.
Bovendien zijn dat de jaren geworden waarin ik Kerst en The Beatles met elkaar ging associëren. Dat was dankzij de filiaalmanager, die het elk jaar zo deed: in die dagen voor Kerst, vond hij, zet je gewoon de hele dag The Beatles op. Ten eerste omdat het te druk is om pakweg elk uur iets nieuws uit te zoeken om in de winkel te draaien. Dus gewoon de verzamelaars 1962-1966 en 1967-1970 op repeat. Ten tweede, en dat was het belangrijkste, omdat iedereen het graag hoort. In andere winkels deden zoete Kerstliedjes de ruiten bijna barsten, maar wij, als muziekwinkel, moesten smaak tonen en tegelijkertijd prettig wegluisteren en iets herkenbaars hebben. The Beatles zijn voor veel mensen nostalgie, en Kerst is een tijd van nostalgie. Het werkte, want we zagen klanten zachtjes meezingen als ze binnenkwamen.
Sinds vandaag zijn The Beatles te luisteren op Spotify (en alle andere streamingdiensten). Daardoor moest ik denken aan die dagen in de winkel, omdat ze er weer zijn, ongelimiteerd beschikbaar, de hele dag. En net als toen net op tijd voor Kerst.

Standaard
muziek

Vijftig jaar na ‘Love Me Do’

Love_Me_DoVandaag precies vijftig jaar geleden kwam de eerste single van The Beatles uit. ‘Love Me Do’ was volgens velen het begin van popmuziek zoals we die vandaag kennen. Dit is hoe het nummer, hortend en stotend, tot stand kwam.

The Beatles (dat wil zeggen: John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Pete Best, dus nog zonder Ringo) mochten op woensdag 6 juni 1962 naar Parlophone komen, onderdeel van de grote platenmaatschappij EMI. Er lag een contract, zo had manager Brian Epstein tegen ze gezegd, maar dat was niet helemaal waar. Parlophone was er slechts mee akkoord gegaan dat het viertal auditie kwam doen. Lees verder

Standaard
Honderd keer honderd
67-APenny Lane
Is in my ears and in my eyes
There beneath the blue suburban skies

De dag voor kerst was de drukste van het jaar. Dan was het lastig mezelf door de smalle paadjes van onze winkel te wurmen, tussen alle klanten door. Allemaal klampten ze je aan in hun zoektocht naar het juiste cadeautje. Ze vroegen – van een klein briefje voorlezend – waar ze Lord Of The Rings konden vinden, of welk album van André Rieu nu de nieuwste was. Wat we draaiden, was een lastige keuze. Kerstliedjes waren te afgezaagd, want we waren tenslotte wel een muziekwinkel. The Beatles dus, het rode of het blauwe album. Ik hoorde het liefst de blauwe.

The Beatles – 1967-1970

Aside
Honderd keer honderd
LoveLove, love, love
Love, love, love
Love, love, love

Misschien wel het allermooiste aan Love vind ik de laatste paar seconden. ‘All You Need Is Love’ is afgelopen, het laatste nummer van een hernieuwd, prachtig geweven album. ‘Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band’ en ‘Yesterday’ komen in de outro nog even om de hoek kijken. En dan vier stemmen. Vier jongetjes die samen de grootste band ooit vormden. Ik zie ze staan in de grauwe straten van Liverpool, de korte kopjes uit begin jaren zestig. This is Johnny Rhythm just saying goodnight to yous all, and God bless yous. Alles is zwart-wit en vier jongens maken grapjes. Meer niet.

The Beatles – Love

Aside
Honderd keer honderd
AbbeyRoadAnd in the end
The love you take
Is equal to the love
You make

Ik ben overreden door een auto toen ik klein was. Mijn moeder bracht mij en mijn zusje naar school en bij het zebrapad stak ik zomaar over terwijl er een auto aankwam. De mensen van het ziekenhuis wilden later weten waarom, of ik aan de overkant een vriendje had gezien. Ik weet nog dat ik de onderkant van de auto zag en dat mijn vader die nacht bij me sliep in het ziekenhuis en dat ik een wit polsbandje kreeg en dat iedereen zei dat ik geluk had gehad. Dat weet ik allemaal nog, maar niet waarom ik plotseling overstak.

The Beatles – Abbey Road

Aside
Honderd keer honderd
31dZg6+z6YLLove, love me do
You know I love you
I’ll always be true
So please, love me do

We kregen dat rode doosje met die gele één erop wel twintig keer binnen, ook al waren we maar een klein filiaal. Ik haalde er een uit het cellofaan en was benieuwd naar hoe die zeventwintig liedjes zouden klinken, al waren ze allemaal ook toen al met mijn leven vergroeid als de moedervlekken op mijn rug en de knoesten op mijn houten eenpersoons bed. Ik liep over de blauwe vloerbedekking en zong mee. Acht december 2000, mijn derde werkdag in de Free Record Shop. Ik vroeg alle klanten of ze nog wisten wat er precies twintig jaar geleden gebeurd was.

The Beatles – One

Aside