alledaagse dingen

Op zaterdagochtend komen twee soort mensen samen. Voor de ene helft is het vroeg, voor de andere helft is het laat. Stationshallen zijn grotendeels leeg. Zo was het deze ochtend, rond half zeven, ook.
Het was opvallend niet koud, zo half oktober. De weerberichten voorspelden twintig graden. Die temperatuur was op dat tijdstip nog niet gehaald, natuurlijk, nachtelijke kou overheerste nog, maar toch was het te voelen en te zien. Jassen hingen open en niemand droeg een sjaal.
In de stationshal klonk af en en toe het schelle geluid van iemand die zijn ov-chipkaart tegen een incheckpaal hield. Een jongen strompelde met kleine oogjes over het perron, verderop lag er een te slapen op het harde bankje. In de trein klonk het harde gelach van vier jongens die één flesje Red Bull deelden. Eén bankje verder zat een meisje, tas en krant op schoot, blik op het scherm van haar smartphone.
De twee soorten mensen liepen door elkaar heen als geesten, alsof de andere soort niet bestond.
Ik hoorde dat er problemen waren door ‘een aanrijding met een persoon’. Daar ondervond ik zelf geen hinder van. Ik voerde op Twitter een zoekopdracht uit op ‘voor de trein’ en zag dat iemand op de laatste dag van zijn leven een ‘mongool’ en een ‘egoïstische lul’ was genoemd, omdat anderen vertraging hadden.

Aanrijding met een persoon

Aside