alledaagse dingen, mijn boeken

Autostoeltje

Mijn boek was een maand uit en ik ging hardlopen. Ik dacht aan Quentin, een personage uit mijn boek, die ook hardloopt, en daarna dacht ik aan iets anders, ik weet niet meer wat.

Daar liep ik, door de stad, langs de singel, en overal waren mensen. Allemaal waren ze naar buiten gekomen, de eerste mooie zaterdag van de maand. Ik wilde iedereen zijn: de jongen en het meisje op het terras van het Ledig Erf, de vriendengroepen in het gras van Lepelenburg, de mensen die een goede plek hadden langs het water in het Griftpark.

En ook weer niet. Want ík liep daardoorheen, ook ik was de lente, ook ik bewoog me door die zaterdag. Ik wilde ze zijn omdat ik ze zag, en door ze te zien wás ik ze ook een beetje.

Een man stond bij een auto te hannesen met twee onderdelen van een kinderstoeltje die maar niet in elkaar wilden klikken, maar een andere man stopte en hield de onderste helft stevig vast, zodat het wel ging, ze zeiden allebei niets, dat ding wel, namelijk ‘klik’, en toen werd de voorbijganger gewoon weer een voorbijganger.

Die mannen wilde ik ook zijn. De vanzelfsprekendheid van een vreemde helpen maar dat niet hoeven te benoemen, en dan weer vertrekken.

Ik moest denken aan een zin uit een recensie van mijn boek. Het is een pleidooi voor het goed om je heen blijven kijken.

Het is misschien wel het mooiste wat er tot nu toe over gezegd is. Omdat ik dat er ook mee bedoelde. Niet als iets wat het plot drijft, niet iets wat op de achterflap moest. Maar iets wat er steeds bij aanwezig zou zijn zonder het te benoemen. Het plot is die jongen die op zaterdagmiddag door de stad rent en wat daaronder ligt is het beeld van al die mensen die buiten zijn, die elkaar opmerken en aanvullen, en als je naar links kijkt is er een autostoeltje dat heel mooi in elkaar klikt.

Standard
mijn boeken

DWDD tipt

“Een kleine, toegankelijke en tedere mozaïekroman”, schreef Metro begin deze week. Een “imponerende roman”, schreef HP/De Tijd onlangs. “Dit is een boek voor op prijzenshortlists” – Hebban.

En helemaal fijn: vanavond werd mijn Na Mattias getipt bij De Wereld Draait Door! “Dit kleine verhaal weet hij groots te vertellen.” En Matthijs was onder de indruk van de soundtrack.

Je kunt het boek hier bestellen.

Wil je contact met me opnemen, of misschien een gesigneerd exemplaar bestellen? Je kunt me altijd mailen.

Aside
mijn boeken

Reacties

Het is een week geleden dat Na Mattias uitkwam. Mensen vragen dan hoe ‘de reacties’ zijn. In het kort: goed. Niet zonder uitzondering, maar in grote meerderheid goed. Zie hieronder.

“Als een diamant die je uit de bodem haalt, slijpt en oppoetst, zie je tijdens het lezen steeds meer de diepte en de schittering van het leven van Mattias.” – een boekhandelaar, via Das Mag

“Ik denk dat je het boek tekort zou doen als je het een boek over rouw zou noemen. Zelfs als je het een boek over een sterfgeval zou noemen. (…) Er zit een mooie onderkoelde humor in. Er zit ook een herkenbare schets in van onze tijd. (…) Zo vertel je heel veel verhalen, kleine anekdotes en schetsen, of je zet een personage neer dat bijna om een eigen roman vraagt – om er weer te vertrekken. En dat vond ik eigenlijk de kracht van dit boek.” – een radiopresentator, op de radio

“Wat een mooi boek… waarin alles wat geschreven moet staat maar alles wat ongeschreven blijft zo duidelijk blijft rondzingen in mijn hoofd.” – een lezer, via Hebban

“De verschillende hoofdstukken kan je haast als kortverhalen beschouwen. De manier waarop je de personages impliciet karakteriseert, vind ik erg sterk. Het allermooiste hoofdstuk vind ik wat dat betreft Riet en Hendrik. (…) Verhaaltechnisch zit het bijzonder sterk in elkaar, de spanningsopbouw is doorheen heel het boek aanwezig, maar op het einde word je als lezer niet teleurgesteld. (…) ‘Na Mattias’ zal me het meest bijblijven om de manier waarop de verschillende personages met rouw omgaan en wat dat betekent voor bepaalde intermenselijke relaties – het ging me soms onder de huid zitten. Dat heb je echt bijzonder goed weten te vatten.” – een bekende, via e-mail Lees verder

Standard
mijn boeken

Twintig weken

Twintig weken had ik. Vier en een halve maand: een staartje lente en de hele zomer van 2016. Onbetaald verlof, opgenomen om zonder onderbrekingen aan mijn derde roman te kunnen schrijven. Natuurlijk was ik aanvankelijk bang dat er niets uit mijn vingers zou komen. Dat ik een paar beginzinnen zou uitproberen en weer verwijderen, om daarna de tijd vol te maken met Netflix en Football Manager.

Dat gebeurde niet.

Al snel ontstonden gewoontes. ’s Ochtends eerst yoghurt met muesli en fruit. Zwarte koffie. Daarna douchen: in het rekje, naast de shampoo, lagen wascokrijtjes om alvast ideeën op de tegels te kunnen kladden. Dan schrijven tot ik honger kreeg. De tijd nemen om te lunchen, een vol uur, eitje bakken, misschien even naar buiten. En in de middag weer schrijven. Rond vier uur hardlopen. Als ik tevreden was met wat er op papier stond, was ik klaar. Was ik dat niet, dan probeerde ik het ’s avonds nog eens.

Ik treuzelde, natuurlijk. Maakte playlists in Spotify. Wandelde naar het park, ging boodschappen doen, hing de was op. Toen het EK voetbal in Frankrijk bezig was, miste ik bijna geen wedstrijd. In de rust schreef ik soms snel een paar honderd woorden.

De eerste versie van Na Mattias schreef ik in zes weken. Ik twijfelde veel. “Wordt dit wel iets van enige kwaliteit?” schreef ik op 29 juni in mijn dagboek. “Vanavond ben ik voor de derde keer vandaag gaan zitten om 1.500 woorden te schrijven. Ik haalde die eindstreep, maar is dat enige prestatie? Dat ik in elk geval niet stilval? Ik weet het niet. Ik weet wel dat mijn boek nu zwak is qua spanningsboog en stijl.”

Maar dat verhaal moest eruit, blijkbaar: 75.000 woorden in zes weken.

Het restant van mijn verlof spendeerde ik aan een tweede versie. Ik liet het ondertussen aan niemand lezen, ook aan mijn vriendin niet. Het was belangrijk voor me dat het mijn verhaal bleef. Dat ik zelf oplossingen zou verzinnen voor personages die niet tot leven kwamen of fouten in het plot. Dat alles in míjn hoofd zou ontstaan.

Halverwege wist ik: dit ga ik afmaken. Ik wist het zeker. Ik zag het voor me, de weken nog te gaan, de hoofdstukken nog te gaan. Totale controle. Nooit daarvoor en nooit daarna heeft het schrijven zo goed gevoeld.

Later, natuurlijk, toen werd het alsnog moeilijk. In losse schrijfmaanden verdeeld over 2017 had ik aan de derde en vierde versie gewerkt. Ik liet het aan steeds meer mensen lezen, peilde de reacties, maakte aantekeningen. Ik had mezelf toch deels voor de gek gehouden. Wat ik in die twintig weken gemaakt had, had ernstige gebreken. Het was een halffabrikaat. Steeds weer moest ik mijn personages in de ogen kijken en vragen: wat wíl je?

Afgelopen december bracht ik een lang weekend door met het eerste hoofdstuk, terwijl het geen haar beter werd. “Niet eerder tijdens het schrijven van dit boek heb ik me zo dicht bij een depressieve staat van zijn gevoeld als deze drie dagen”, schreef ik die avond in mijn dagboek. Ik stuurde mijn redactrice, die de vijfde versie verwachtte, een lange mail. Zonder bijlage.

Een week later, op de bank op zaterdagavond, laptop op schoot, lukte het toch. Zin voor zin. Voorzichtig, alsof ik het besloop. Daarna wist ik dat mijn boek af was.

Op de allerlaatste dag van mijn schrijfzomer, een zondag, begin september 2016, hing ik na het douchen op ons net opgemaakte bed. Het was voorbij, het was klaar. Mijn vriendin kwam naast me liggen. Ik zei: “Dit was mijn avontuur. Ik werd er heel gelukkig van.” En zij zei: “Dan is het een goede beslissing geweest.”

Dit stukje verscheen afgelopen zondag als gastcolumn op Hebban.nl. Na Mattias verschijnt morgen, woensdag 7 maart.

Standard
mijn boeken

Na Mattias

De afgelopen twee jaar werkte ik met tussenpozen aan mijn derde roman. Nu is hij af: dinsdagavond leverde ik de definitieve versie van Na Mattias in. Hij komt uit bij Das Mag en begin maart ligt ie in de winkel. Ik ben er heel erg trots op. Hier kun je ‘m alvast pre-orderen. Hier is de Goodreads-pagina en hier de Hebban-pagina.

Standard
alledaagse dingen

Mijn favoriete dingen van 2017

Boek: Johan Harstad – Max, Micha & het Tet-Offensief
Film: Manchester by the Sea
Dramaserie: This is Us
Comedy: The Good Place
Filmpje: Korea-expert wordt onderbroken door z’n kinderen
Foto: Nouri’s vader bedankt de menigte
Album: The National – Sleep Well Beast
Liedje: The National – I’ll Still Destroy You
Concert: Radiohead, Best Kept Secret, 18 juni
Titel: Niet zeggen dat het terug is, Paul Teunissen, Het Parool
Interview: David Letterman, David Marchese, Vulture
Podcast: S-Town
Podcast-aflevering: Reply All – #102 Long Distance
App: Forest
Ding: Light Phone
Dienst: Cineville
Uitgeverij: Das Mag
Stad: New York
Vrouw: Lieke Martens

Dit is de vijfde keer dat ik een lijstje maakte met mijn favoriete dingen van het jaar. Eerder: 2013, 2014, 2015 en 2016.

Standard
muziek

Mijn favoriete albums van 2017

Everything Now en Creature Comfort van Arcade Fire beloofden héél veel goeds, maar het album viel tegen. Blanket Me van Hundred Waters is hypnotiserend goed, maar naar de rest van het album luisterde ik bijna niet. En ook de albums van Spoon, Father John Misty en Fionn Regan haalden mijn top-10 net niet. Deze wel.

The National – Sleep Well Beast

Vanwege Goodbyes always take us half an hour / Can’t we just go home?, en hoe ik me herkende in dat sociale ongemak. Vanwege I have dreams of a first man and a first lady / Singing to us from the sea, en wat ik dan voor me zie: dit gaat over Barack en Michelle Obama, een presidentiële familie met stijl en flair, mensen die zongen, en hoe dat idee van Amerika nu van ons wegdrijft. Vanwege het drieluik Empire Line, I’ll Still Destroy You en Guilty Party. En omdat mijn favoriete band een nieuw album uitbracht – doodeng, want wat als het niet goed is? – en het me wist te verrassen, ontroeren, raken. Ik voelde zelfs trots: míjn lievelingsband maakte dit album.

Mount Eerie – A Crow Looked at Me

Hartverscheurend. Phil Elverum verloor zijn vrouw aan kanker en nam deze liedjes op in de kamer waar hij met haar sliep. Voorbij de poëzie, voorbij wat een liedje ‘hoort’ te zijn. Het is puur verdriet. Rouw. Zoals alleen al het eerste nummer abrupt eindigt: It’s dumb / And I don’t want to learn anything from this / I love you. Alsof hij tijdens het opnemen dacht: wat doet het ertoe, ik stop met spelen, maar dan zeg ik nog wel even dat ik van haar hield, want dat moet.

Spinvis – Trein Vuur Dageraad

Leek minder aandacht te krijgen dan zijn drie voorgaande albums, maar is mij niet minder dierbaar. Tienduizend Zwaluwen is een van de allermooiste Spinvis-liedjes. Stefan en Lisette een aanstaande klassieker. Het titelnummer mag in geen enkel live-optreden van de band nog ontbreken. Dageraadplein is een prachtig feestje.

Cigarettes After Sex – Cigarettes After Sex

Debuut van het jaar. Slaapkamerhunkeringen over liefde, seks en bescherming. Tekstueel vaak oninteressant (Stay with me / I don’t want you to leave), maar het zijn alsnog liedjes met een enorme intensiteit. Beste nummer: Sweet.

Lorde – Melodrama

Na dat bijzondere debuut uit 2013 viel misschien te verwachten dat de ‘moeilijke tweede’ zou volgen. Niets daarvan: nog meer een eigen stem, nog meer een eigen richting. En pas 21 jaar oud, hoor je er dan bij te zeggen.

Joep Beving – Prehension

De Nederlandse Ólafur Arnalds. Mooie, breekbare instrumentale pianoliedjes. Schijnt dit jaar ook een groot publiek te hebben gekregen door optredens bij DWDD – dat merkte ik pas toen de grote zaal van TivoliVredenburg in mei helemaal volliep.

Julien Baker – Turn out the Lights

Soms kun je heel specifiek aanwijzen op welk punt je voor een nummer, album en artiest viel. Bij mij was dat de allerlaatste zin van Sour Breath.

Laura Marling – Semper Femina

Eerste album van haar dat me echt pakte. Nothing, Not Nearly is nu mijn favoriete nummer van Marling.

Real Estate – In Mind

Niet hun sterkste album, maar then again, al hun albums klinken min of meer hetzelfde. En het is altijd goed, dus deze ook.

Alt-J – RELAXER

Eigenlijk vooral vanwege het eerste nummer, een van mijn favoriete liedjes van het jaar. 3WW gaat heel soepel allerlei kanten op.

Aside
muziek

Love is the key we must turn
Truth is the flame we must burn
Freedom the lesson we must learn
Do you know what I mean
Have your eyes really seen

Love Song van Elton John was gisteravond het 200.000e liedje dat ik luisterde sinds de zomer van 2006. Dat weet ik omdat ik vanaf dat moment met Last.fm mijn luistergedrag bijhoud. De Dijk zong ooit over Lovesong 100.001, maar die zet ik dus mooi op een rondje. Mijn meest geluisterde nummer is Slow Show van The National. En dit zijn – volgens Spotify – mijn 100 meest beluisterde nummers van 2017.

Citaat
alledaagse dingen

Intocht

In het weekend hadden we een tweeling van 3,5 jaar oud te logeren. Verstijfd stonden ze zaterdagochtend op een metertje afstand naar hun schoenen te kijken: er zat iets in. En er lagen pepernoten naast.

We zeiden ze dat Sinterklaas die dag aan zou komen, maar dat er klaarblijkelijk al Pietjes vooruitgestuurd waren. Met die lezing namen ze genoegen. Terwijl de eerste verbazing wegebte en ze aan de pepernoten begonnen, herinnerde ik me de gelukzalige spanning die ik vroeger voelde op zo’n moment: dat je beneden komt en er iets in je schoen is achtergelaten. Dat er terwijl je sliep iets gebeurd is.

We ontbeten, speelden een spelletje waarbij ze een stoffen bal door een hoepel moesten gooien en gingen naar de kinderboerderij. Toen we weer thuis kwamen stond de intocht al op het punt van beginnen, maar we moesten ook nog lunchen. Ik pauzeerde Dieuwertje Blok voor ze kon overschakelen naar verslaggever Jeroen Kramer op de kade van Dokkum.

Dat de stoomboot pas weer koers zette richting het haventje toen zij hun poffertjes met blauwe bessen op hadden, wekte geen argwaan bij de 3,5-jarigen. Het was niet raar. Dat er mannen aan boord waren in normale kleding, die daarna met mysterieuze koffertjes en kordate pas Nederland binnenbeenden, ook niet. Of dat elke Piet een ander kleurtje had. Kinderen geloven in de wereld zoals die ze gepresenteerd wordt.

Standard
mijn boeken

Flip speelt de eerste vier akkoorden alsof hij ze van zijn gitaar af probeert te vegen, laat de snaren doortrillen onder zijn vingers en steekt daarna zijn hand de lucht in. Hij wacht af. Hij geeft ze de tijd. Maar het duurt niet langer dan een seconde voor de zaal het nummer herkent. De mix van gejoel en applaus rolt van voor naar achter. Er gaan handen de lucht in.
Jasper pakt de halflege fles witte wijn van het drumpodium en zet hem aan zijn mond. Flip buigt naar de microfoon, wacht tot hij weer boven het zaalgeluid uit kan komen en zegt dan: ‘Jullie waren geweldig. Dit is ons laatste nummer. Dit is Black Feathers.’
Dan stijgt een nieuwe golf geluid op uit de zaal. Hoger, steeds hoger. Harder, steeds harder. Het davert en giert. Het podium trilt mee. Ik denk niet dat ik het eerder zo heb gehoord.

(Hier meer over mijn volgende roman, die volgend jaar verschijnt.)

Citaat