andermans boeken

Ananas

De nieuwe collega bij de internetredactie nam een ananasplant mee naar het werk. Het was 2011. Een kwetsbaar ogend gewasje in een kleine pot. Die moeten we regelmatig water geven, zei de collega. Allemaal. Goed voor zorgen.

Die collega was Lex Boon, en die ananas, vertelde hij al snel, had hij van zijn ex-vriendin gehad. Die toen nog gewoon zijn vriendin was. Maar kort daarna was ze vertrokken. Wat nu bij ons bovenop een kast met naslagwerken en computer-accessoires stond, was het overblijfsel van die relatie.

Lex werd een van mijn beste vrienden. Een innemende jongen met een oprechte interesse in anderen en een buitengewoon gevoel voor het kleine, ‘vreemde’ verhaal. Je hebt geen idee hoe hij het idee op het spoor is gekomen, maar je vindt het, zodra hij erover begint te vertellen, al snel even fascinerend als hij. Een man die zich liet invriezen, een potvis die ontplofte op het strand. Natuurlijk wil je daarover lezen, maar iemand moet dat potentieel er als eerste in zien – en, belangrijker, besluiten er alles over uit te zoeken.

Stories happen only to those who are able to tell them, schreef Paul Auster. Dat geldt voor Lex.

We vormden in de jaren op de redactie een vriendschap, met als basis onder meer een gedeelde liefde voor het verhaal. Een paar jaar terug stapte Lex over naar Het Parool, waar hij alleen maar beter werd in waar hij al goed in was. Een nachtelijke reis door Amsterdam geïnspireerd door maffe smaken Kitkat, een zoektocht naar de mysterieuze Japanner die al jaren steeds dezelfde brief naar een Volendamse hotel stuurt. Het zijn stukken waarin ook de mensen die hij tegenkomt en opvoert lijken te worden begeesterd door zijn enthousiasme. Ze willen het óók wel weten, waar die vriendelijke journalist achteraan zit.

In een mail aan Lex probeerde ik eens onder woorden te brengen wat er volgens mij zo sterk is aan zijn verhalen. “De lezer denkt: wauw, als deze gozer iets mafs of interessants tegenkomt, boekt-ie gewoon een ticket of desnoods overtuigt hij iemand aan de andere kant van de wereld om een halve bibliotheek door te zoeken. De wereld als je speeltuin zien, stiekem willen we dat allemaal wel, en zonder het te benoemen (want voor jou is het altijd erg vanzelfsprekend, lijkt het) beleeft hij dat met je mee.”

Eens in de paar maanden eten we samen, Lex en ik, en dan vertellen we elkaar ook over de verhalen waar we aan werken. Zo krijg ik vaak een ontstaansgeschiedenis mee van wat hij maakt.

Over de ananas ging het vaak. Jarenlang was hij ermee bezig. Dit werd zijn grootste project. Een heel boek, op termijn. Hij reisde de wereld af, en in flarden, maar met het enthousiasme dat uiteindelijk ook in z’n teksten zit, kreeg ik het mee. Berlijn, Thailand, Costa Rica, Ghana, Schotland, Hawaï. De mensen die hij was tegengekomen en die hem weer een stapje verder hadden geholpen.

Richting wat precies? Dat doet er niet toe. De zoektocht zelf is vaak al genoeg. Elke nieuwe ontdekking of ontmoeting is als een pijl van stoepkrijt: het speuren gaat verder, de hoek om, het gaat door. Er is méér!

Het idee achter dit boek was dat hij zijn eigen (liefdes)leven, sinds die dag dat zijn vriendin met de ananasplant was thuisgekomen, zou koppelen aan een zoektocht naar de ananas en waar die vrucht voor staat. Een icoon van het exotische, waar een wereld achter zit van handel, concurrentie, uitbuiting. Van menselijke vindingrijkheid en menselijke tekorten. Verhalen, verhalen, verhalen.

Dat boek is er nu. Ik las het dit najaar al. Het is grappig, warm, leerzaam, aanstekelijk, feel good.

En het is avontuurlijk: jíj had die reizen willen maken, jíj had gezegend willen zijn met zo’n nieuwsgierigheid, zo’n durf om het uit te zoeken, zo’n doortastendheid die ertoe leidt dat je drie dagen na een voorzichtig mailtje op een ananasplantage aan de andere kant van de wereld staat, nieuwe mensen leert kennen, in heerlijk absurdistische taferelen terechtkomt.

Dat is wat Ananas: een liefdesgeschiedenis is. Je zou het moeten lezen.

Standaard