alledaagse dingen, muziek

Groot hart

Op 10 oktober 2008 zag ik De Dijk live. Een dag later maakte mijn jeugdliefde het uit.
Die twee dingen hadden niets met elkaar te maken, behalve dat ze vlak na elkaar gebeurden en daardoor in mijn herinnering altijd aan elkaar verbonden zullen zijn. Ik was naar het concert met twee vriendinnen, meisjes die konden drinken en met wie de avond goed was. Ik weet nog dat ik aan het eind van de avond, toen De Dijk al weg was maar wij waren blijven hangen, berichtjes heen en weer stuurde met mijn vriendin. Daar was geen angst bij. Ja, er was wel iets bij ons binnengeslopen, iets waar we het over moesten hebben, maar daar kwamen we wel uit.
Dat was niet zo. Ze kwam de volgende dag langs, ik had een kater, en die middag was ik vrijgezel. Ik zei het verjaardagsfeestje van een vriend af, bleef in bed en luisterde naar William Fitzsimmons.
Laatst zag ik De Dijk weer. In Paradiso dit keer, met een goede vriend die me het kaartje cadeau had gedaan omdat ik achterin mijn tweede boek had geschreven dat een nummer van ze, ‘November’, van grote invloed was geweest bij het schrijven ervan. Ik had dingen kunnen terughalen van die avond ruim zes jaar geleden – de gebaartjes van zanger Huub van der Lubbe, bepaalde nummers, de toegift waarbij de hele zaal ‘Groot Hart’ meezong, maar dat gebeurde niet. Het was een totaal andere avond. Zes jaar is lang.

Standaard