De herfst is geruisloos binnengetreden, lijkt het. Plotseling heeft iedereen een winterjas aan. Er worden mandarijntjes gegeten in de trein. Er zijn sjaals en handschoenen. Ik kan me de dag niet herinneren dat het begonnen is.
Misschien was het precies die week dat ik in Marokko was, begin deze maand, maar ik denk het niet. Want zo gaat het ieder jaar: vanaf september komt er elke dag een beetje herfst bij, ook op dagen dat het iets warmer is dan vlak ervoor. Daarmee keert het getij van de seizoenen niet om, het blijft niet stilstaan, maar laat gewoonweg zien wat er nog meer mogelijk is.
Ik liep een tijd terug met een collega van het metrostation naar het werk en we hadden het over het weer (want dat is vaak het makkelijkst). Ze zei dat ze het weer ervan verdacht ons graag te pesten. Ik zei dat ik juist dacht dat het weer af en toe ook wel aardig gevonden wil worden.
Daar denk ik aan op mooie dagen in de herfst. Misschien zegt dat iets over mij, over m’n vertrouwen in anderen, of over mijn eigen wens om aardig gevonden te worden. De seizoenen leren ons van alles, maar meestal is het gissen naar wat het precies is.