reizen, sport

Hoekschop

In een bloedheet Maleisisch dorpje aan de rand van nationaal park Taman Negara zaten we ergens te eten. Het was begin april. Op het kale beton stonden tuintafels met een felroze plastic zeil. De oncomfortabele warmte werd deels buitengehouden door een grote ventilator. Er hing een bordje met ‘alcohol strictly prohibited on these premises’. En één tafeltje verderop, zo dicht mogelijk bij de balie waar een tv op stond, zat een lange man met een paardenstaart West Ham United – Arsenal te kijken.

Bijna de hele tijd dat we daar zaten, heb ik naar die man gekeken. Hij had een fruitsapje met een rietje erin. Het werd 0-2 voor Arsenal en hij balde zijn vuist. Er was niemand om het mee te delen behalve zichzelf, en het gebeurde in stilte, maar toch was het een puur, euforisch gebaar. Misschien nog wel mooier was dat hij even later dacht te zien dat Arsenal recht had op een corner en met een vinger naar de linkerhoekvlag wees.

Arsenal gaf de voorsprong uit handen. Het werd snel weer 2-2 en onder zijn adem zei hij verbeten: come on. Wij vertrokken voor het einde van de wedstrijd.

De volgende dag trokken we het nationale park in. Op een van de houten looppaden tussen het dichte groen kwamen we diezelfde man tegen. Hij was weer alleen. Ik vroeg hem hoeveel het nog geworden was. 3-3, zei hij. Het was inmiddels wel duidelijk dat zijn club geen kampioen zou worden. Het ging nog tussen de verrassende koploper Leicester City en Tottenham Hotspur. Als het Tottenham maar niet wordt, zei hij. Hij maakte twee vuisten, sloeg ze voor zijn borst een paar keer tegen elkaar en zei: Arsenal and Tottenham are like this.

We namen afscheid, wensten elkaar een prettige dag toe. Leicester City werd drie weken later kampioen van Engeland. Nu de competitie weer begonnen is, denk ik af en toe nog aan die man, die wellicht nog steeds op reis is en elk weekend vanuit een andere plek op de wereld een televisietje opzoekt om bij de scheidsrechter te appelleren voor een hoekschop.

Standaard