alledaagse dingen

We werden midden in de nacht wakker van een geluid een verdieping lager. Hoorde jij dat ook, vroeg mijn vriendin. Ik keek naar het voeteneind van het bed, dat leeg was, en zei: de poes is daar. Ik liep de trap af, in de richting van het geluid, en zag de koelkastdeur openstaan. Het is geen enorm zware deur; als je een paar kilo gewicht hebt om mee aan het handvat te hangen, en een IQ van 120, dan kun je hem ook als kat openkrijgen. Ze had een van de bakken eruit getrokken. Daar zat de kaas in, en een flesje sojasaus dat nu lekte op de keukenvloer. Het was een klein, zwart plasje. De poes keek ernaar. Het was alsof ze een betere oogst had verwacht.
Nu hebben we een kinderslot op de koelkast. Je wint eigenlijk nooit van d’r, je kunt hoogstens gelijkmaken.

Koelkast

Aside