(Instrumentaal)
Blijf maar slapen, met de dromen achter je ogen, waar je kunt vliegen en waar we op vakantie zijn en waar alles kan. Ik heb de vloer al aangeraakt, gedoucht, mijn tanden gepoetst, stiekem door de gordijnen gekeken. Het regent. De trein wacht op me. Of eigenlijk niet, dus ik moet snel weg. Een zoen, tot vanavond. De dichtvallende deur is het laatste geluid dat je half hoort. Weef het door je droom, maak er een pistoolschot van in een spannend avontuur, of een kortstondig applaus voor hoe mooi je daar nu ligt. Slaap. Droom. De dag bestaat nog niet.