(Instrumentaal)
Ik zat in de woonkamer toen mijn vader gebeld werd. Het was een zondag en ik was net gevallen bij het buiten spelen. Ik had een korte broek aan. Er zat een klein steentje in de huid van mijn knie. Mijn vader legde de telefoon neer en liep zonder woorden de trap op. Toen mijn moeder me riep, liep ik ook naar boven en samen vertelden ze dat mijn opa dood was. Ik dacht aan waar opa en oma naar roken en hoe hun auto eruit zag. Toen liep ik naar mijn vader en verborg me diep in zijn armen.