Het gemiddelde Nederlandse huishouden zat vorig jaar 23 minuten en 43 seconden zonder stroom. Dat las ik onlangs ergens. Het zou een mooie, klassieke stroomstoring zijn, zo een van een klein half uurtje. Het zorgt ervoor dat de dag langer in het geheugen blijft hangen, misschien wel voor altijd, terwijl hij anders zou zijn opgegaan in duizenden andere anonieme dagen.
Je bent thuis. Het begint met de plotseling duisternis. Televisie en computer vallen uit. Je kunt het je verbeelden, maar je denkt te hebben gehoord hoe de energie met een kort, zuigend geluid bij je wegvloeide. Alsof er al die tijd een extra toon in de kamer hing waarvan je niet de aan-, maar wel de afwezigheid kunt waarnemen. Je bent eigenlijk al vergeten wat je aan het doen was toen alles nog werkte.
Eerst probeer je de oorzaak te achterhalen. Deed ik iets verkeerd? Maakte ik kortsluiting? Je kijkt je partner aan. ‘Deed jij iets?’
Naar buiten kijken. De hele buurt is donker. Lantaarnpalen staan werkeloos langs de kant van de weg. De overbuurman staat voor het raam, zijn rechterhand op een lichtschakelaar die niet meer reageert op wat zijn vinger doet. Toch blijft hij het witte vierkantje op en neer klikken.
Je begint af te strepen. Wat kan ik nog gebruiken, en wat niet? Desondanks vergeet je het nog een paar keer, zoals wanneer je naar het toilet moet en er alsnog van opkijkt dat het licht daar niet aanspringt. Of wanneer je probeert de waterkoker aan te zetten en het rode lampje niet gaat branden.
Langzaam begint het donker z’n charme te krijgen. Je ogen zijn er inmiddels aan gewend. Je zoekt naar kaarsen, die moeten nog ergens liggen. Waar liet je die na de kerstdagen?
Juist de overmacht werkt bevrijdend. Je kijkt je partner aan en haalt je schouders op, om te zeggen: we kunnen niet zo veel doen. Je hebt er allang vrede mee dat het journaal een keer niet aan staat. Dat het stil is in huis. Thee zetten kan niet, dus je maakt een flesje wijn open. Past goed bij het flikkerende licht van de kaarsen. Net als een boek lezen, en seks.
Na 23 minuten en 43 seconden springt alles weer aan, zo plotseling als het verdween. Lantaarnpalen geven weer licht. Het water begint te koken. De televisie schreeuwt. Alles doet het weer. Jammer.