muziek

I’ll Still Destroy You

Toen ik I’ll Still Destroy You van het nieuwste album van The National voor het eerst hoorde, zat ik in de bibliotheek. Of, dat is niet helemaal waar: ik liep eerst over de Stadhuisbrug in Utrecht, voor boekhandel Broese langs, maar werd onderbroken door iemand die me iets wilde verkopen. Ik pauzeerde het liedje en wimpelde haar beleefd af. ‘Ik ben geconcentreerd voor het eerst naar het nieuwste album van mijn favoriete band aan het luisteren’, wilde ik nog als reden aanvoeren, maar ik dacht ook: wat moet zij met die informatie?

In de bibliotheek startte ik het nummer opnieuw, vanaf het begin. Lees verder

Standaard
muziek

If you’re doing anything artsy, the rest of the world’s job is to say whether it’s any good or not. Because you’re making art. You’re trying to be a magician. You’re trying to create a unicorn. If you put out something that’s like just a horn taped to a goat, people are going to say, ‘Nah, that’s not a fucking unicorn, man.’ People are going to tell you you suck most of the time, but a couple of other people might be like, ‘I don’t know man. That might be a fucking unicorn.’

Matt Berninger, frontman The National, bij The Creative Independent

Fucking unicorn

Citaat
muziek

The Slow Show

Ik ben sinds een paar weken verslingerd aan het debuutalbum van de Britse band The Slow Show. Het heet White Water en lijkt schaamteloos veel op The National.

De voorbeelden daarvoor zijn niet op één hand te tellen. Allereerst is de band vernoemd naar een nummer van het The National-album Boxer (2007). De stem van Rob Goodwin is eenzelfde soort bariton als die van Matt Berninger. Tekstueel is er overlap: ‘Bloodline’ steunt in het refrein op de zin this is the last time, wat de titel van een The National-nummer is. Eén nummer heet niet ‘Lucky You’, zoals dat nummer van The National, maar ‘Lucky You, Lucky Me’.

Muzikaal dan. Luister eens naar de laatste halve minuut van ‘Flowers to Burn’; is dat niet ‘Ada’? Of naar het intro van ‘Long Way Home’; is dat niet een nieuwe versie van ‘Gospel’? Luister naar ‘Bloodline’ vanaf 2:50; staat ‘Fake Empire’ daar niet aan op de achtergrond?

Maar nu komt het: het zijn dus stuk voor stuk geweldige liedjes. Het hele album is steengoed. Het is tot nu toe het beste album van het jaar. ‘Bloodline’ vanaf 2:50, zei ik? Jongens, wat een nummer. Lange tijd niet zoiets moois gehoord.

Om mijn nerdy vergelijkende analyse nog wat door te trekken (en hopende daarmee je niet al te veel af te schrikken): The Slow Show is niet het The National van ‘Mr. November’ of ‘Demons’. Het is één bepaalde kant van wat de band is. De minder gejaagde kant, meer specifiek die uit de berustende liedjes als op de tweede helft van Boxer. Die wordt hier door The Slow Show geherinterpreteerd. Met de laatste twee albums van The National heeft The Slow Show minder te maken.

Door dit alles blijf ik wel al een paar weken zitten met de vraag of ik dit album van The Slow Show inderdaad heel goed vind, of gewoon zo onwaarschijnlijk weg ben van The National dat ik zelfs een imitatieband meteen het beste album van het jaar toedicht. Maar ik geloof dat ik mezelf kan geruststellen. Met elke luisterbeurt denk ik sterker: ja, het is het eerste.

The Slow Slow was gisteren op London Calling. (Ik niet.) De band speelt deze zomer ook nog in Rotterdam, op een dak nog welHier White Water op Spotify, en hier grote broer Boxer van The National.

Standaard
muziek

Lowlands 2014

Vlak voordat het concert van The National op Lowlands zou beginnen, hoorde ik achter me in het voorvak dat vier mannen niet op de naam konden komen van de band die door de speakers klonk. Ik draaide me om en zei: The War on Drugs. Ja, natuurlijk, zei een van hen. Die hadden vijf uit vijf in De Standaard voor hun optreden op Pukkelpop. Lees verder

Standaard
muziek

We’re ha-lf a-wake. In a. Fake. Em-pire

In 2008 kwam er een documentaire uit over The National, A Skin, A Night. De film gaat over het opnemen van het vierde studioalbum, Boxer, en de nasleep van voorganger Alligator. Het geld dat ze daar zelf in hadden gestopt, hadden ze er net uit. The National draaide quitte.

In A Skin, A Night bespreken de bandleden wat ze maken – of, doen ze dat wel? Alle vijf lijken ze de grootste moeite te hebben onder woorden te brengen waarom ze doen wat ze doen. Het is een komen en gaan van ‘kind of’, ‘you know’ en ‘I guess’. Hoe kunnen die muzikanten zo’n moeite hebben iets onder woorden te brengen, terwijl ze zich via muziek zo gelaagd uiten, zo mystiek klinken in teksten die net genoeg herkenning oproepen om als luisteraar op zoek te willen gaan naar de diepere betekenis erachter? Voor de camera, gevraagd naar het proces achter die creativiteit, bleef er weinig over.

Er viel niet zoveel uit te leggen. Liever niet, zelfs. Lees verder

Standaard
Honderd keer honderd

TheNational-BoxerLet me come over
I can waste your time
I’m bored
Invite me to the war every night of the summer

Negenennegentig keer beschreef ik een album en waarom het bij een stukje van mijn leven paste, klein of groot, beduidend of slechts een detail. Langs jeugd, werk, familie, relaties, vriendschap, jaren, seizoenen, leven en dood. De onderwerpen waren dankbaar, de stukjes dierbaar, omdat ze me de kans gaven beknopte memoirs te schrijven aan de hand van muziek. Het slotstuk, de honderdste, is voor het meest dierbare album van allemaal. Boxer van The National stroomt door mijn aderen, kijkt over mijn schouder en wacht op de hoek van elke straat. Hij is er altijd, zoals muziek er altijd hoort te zijn.

The National – Boxer

Aside
Honderd keer honderd
sad-songs-for-dirty-loversAnd every time you’re driving home
Way outside your safety zone
Wherever you will ever be
You’re never getting rid of me

Maak het gezellig, maak er de dag van zoals jullie die hebben afgesproken, winkel, wandel, drink chocolademelk, beoordeel de kleren die ze past, maak grapjes, onderdruk de impuls om haar hand te pakken. Breek niet. Eet een broodje kruidenkaas bij de La Place, kijk naar buiten, praat en luister. Breek niet. Breek pas in de trein naar huis, wanneer ze uit het zicht verdwijnt, een steeds kleiner meisje op een steeds kleiner station en wanneer ze net denkt ‘zie je, nog steeds samen leuke dingen doen, dat kan best’, tot ze uit beeld verdwijnt en er alleen nog muziek is.

The National – Sad Songs For Dirty Lovers

Aside
Honderd keer honderd
Alligator-NationalX_The_480I’m Mr. November
I won’t fuck us over
I won’t fuck us over
I’m Mr. November

‘What are you listening to?’, vroeg een van de Amerikaanse mannen die in de Utrechtse stadsbus naast me stonden. Ze keken uit het raam en probeerden alle Nederlandse woorden die ze tegenkwamen uit te spreken. Huis leverde nog de grootste problemen op. Hoews. Hoe-ies. ‘The National’, zei ik. De Amerikaan veerde op. ‘Wow, they’re great’, zei hij en hij begon plotseling de hele bus bij elkaar te schreeuwen. ‘I won’t fuck us over, I’m mister October!’ Verschrikt keken andere passagiers zijn kant op. ‘Or, wait, it’s “November”, isn’t it?’, zei hij toen zachtjes tegen me, schuldig, ineengedoken.

The National – Alligator

Aside