Greed’s all gone nowThere’s no question
And I can see you push your hair behind your ears
Door gordijnen keek ik stiekem naar buiten, naar lichtjes die daar wakker werden als ik zelf al hoorde te slapen. Achter gordijnen zette ik kleine glaasjes water op de dakpannen omdat mijn vader had gezegd dat het vroor, zodat ik ‘s ochtends kon zien dat het ijs was geworden. Door gordijnen keek ik als de bel ging en de honden blaften en ik wilde weten wie er aan de deur stond. Een buurman, een postbode, een Jehova’s getuige. Later wachtte ik achter mijn eigen gordijnen op een meisje, zorgvuldig plannend welk liedje ze zou horen als ze binnen zou komen.