Honderd keer honderd
In de laatste honderd dagen van 2010 (van 23 september tot 31 december) publiceerde ik elke dag een stukje van precies honderd woorden over een dierbaar album. Het doel was niet te vertellen waarom een album goed is, maar waarom het voor mij persoonlijk een bijzonder album is. Dat werd soms een jeugdherinnering, soms een anekdote, soms de beschrijving van een specifiek gevoel – en vaak iets tussen die dingen in.
Uitgeverij De Arbeiderspers maakte er in 2011 een e-book van. Dat kun je hier downloaden. De Spotify-playlist vind je hier.
Acda en de Munnik – Acda en de Munnik
Blijf maar binnen, het is goed zo‘k Wou je zien als laatste keer
Wat we samen vroeger droomden
Weet de helft van ons niet meer
In het laatste jaar van de middelbare school, in de week voor de examens, kregen we een korte vragenlijst. Of we dat wilden invullen, want dat was voor het jaarboek. Elke examenleerling werd dezelfde vragen gesteld via dat stenciltje en het werd gebundeld in een boekje. Naam, toekomstplannen en een vrije opmerking. Wat ik bij vrije opmerking invulde, weet ik niet meer. Iets meligs waarschijnlijk, om hard om te lachen met de jongen die naast me zat. Bij toekomstplannen schreef ik na lang nadenken ‘lopen tot de zon komt, tot-ie straalt’. Kwam niets van terecht; ik ging gewoon economie studeren.
William Fitzsimmons – The Sparrow And The Crow
Loved you first, when we were childrenYou broke my heart, all that’s forgiven
We lost our chance to love one another
We’ll love again, but just not each other
Ze stond voor mijn bed, ik zat erop. Toen richtte ik me op, zette een stap en stond ik voor haar. Ik keek in haar ogen, die ik zo goed kende en toen naar haar mooie, kleine voeten. Ik vroeg of ik haar nog mocht omhelzen. Dat was plotseling zo vreemd geworden, omhelzen, zeven jaar lang niet en nu, sinds een half uur, was omhelzen vreemd. Zeven jaar jeugd, zeven jaar liefde. Het viel kapot op het laminaat van mijn slaapkamer, terwijl ik over haar trui streek, haar arm volgde en toen haar hand pakte. ‘Doe je voorzichtig?’, vroeg ik.
Tom McRae – All Maps Welcome
The girl who falls downstairsShe calls my name
Through the air
Ze was gevallen, zomaar. Opgestaan van een bankje, duizelig geworden, een paar seconden leeg. Toen ze weer bijkwam lag ze op de grond en deed haar arm pijn. In het ziekenhuis wilden ze onderzoeken wat er aan de hand was en of het vaker kon gebeuren. Ik bezocht haar toen het erg hard waaide in februari. In de gratis krantjes stonden berichten over omgevallen bomen. De tram deed zijn uiterste best zich aan de rails vast te houden. Ik luisterde naar ‘The Girl Who Falls Downstairs’, dat vond ik wel toepasselijk. Toen ik aankwam, ging het beter. Ze lachte weer.
Sufjan Stevens – Come On Feel The Illinoise
And in my best behaviorI am really just like him
Look beneath the floor boards
For the secrets I have hid
Illinoise was het eerste album dat ik wilde horen maar niet kon vinden in de Free Record Shop. Ik zocht ernaar in onze winkel en probeerde het album te bestellen via het systeem. Niets. Probeerde alle mogelijke spel- en typefouten. Nog steeds niets. Ik vond Illinoise wel op internet. Vlak voor de eerste keer luisteren verwachtte ik iets ontoegankelijks te horen, iets dat om goede redenen niet in de grootste Nederlandse cd-zaak mocht liggen. Dat was niet zo, het was bloedmooi. Ik besefte dat de winkel niet langer mijn allesomvattende muziekwalhalla was. Er was meer, er was nóg een hemel.
Glen Hansard & Markéta Irglová – Once
I don’t know youBut I want you
All the more for that
We belden een kleine bioscoop in Amsterdam om kaartjes te reserveren voor Once. Dat zou wel lukken, zeiden ze aan de andere kant van de lijn. We hadden geen reserveringsnummer nodig. Toen we aankwamen, waren we de enigen. Voor elke deur die naar de zaal leidde, werd de sleutel pas tevoorschijn gehaald als wij ervoor stonden. ‘Veel plezier’, zei iemand van het personeel, toen zette hij de film aan en liet hij ons twee alleen. Het is een prachtige film, maar het stemt me altijd een beetje ongewoon verdrietig als ik er aan denk dat we belden om te reserveren.
Nick Drake – Five Leaves Left
Saturday sun came early one morningIn a sky so clear and blue
Saturday sun came without warning
So no-one knew what to do
Soms spelen muziek en toeval een spelletje met je. Op een vroege zaterdagochtend stapte ik uit de bus. Ik was op weg naar de winkel, om negen uur moest-ie open. Het was het begin van de zomer, een van die dagen die als vooraankondiging dienst doet. De zomer is er nog niet, maar laat alvast zien dat hij eraan komt. Een preview, een trailer. De bus reed weg, ik stak de straat over en de zon brak door. Saturday sun came early one morning, zong Nick Drake. Ik keek even omhoog, of iemand daar me misschien in de maling nam.
Saybia – The Second You Sleep
It gives me time to stayTo watch you fade away
I dream of you tonight
Tomorrow you’ll be gone
‘Jij bent eigenlijk nooit ergens van ondersteboven’, zei ik. Ik had het gevoel dat ik te veel liedjes de hemel in prees, zoveel dat het aan geloofwaardigheid ging verliezen. Ze dacht na. ‘Nee’, zei ze, ‘misschien heb ik dat gewoon niet zo snel’. We luisterden naar muziek die ik had opgezet en toen vielen we in slaap. De volgende ochtend wist ze het. ‘The Second You Sleep’ van Saybia. Ik twijfelde even of ze het meende, of ze niet gewoon mij een plezier wilde doen, maar zag in haar ogen dat ze het echt mooi vond. Dat kun je zien.
Smog – A River Ain’t Too Much In Love
Why is everybody looking at meLike there’s something fundamentally wrong
Like I’m a southern bird
That stayed north too long
Een jaar nadat we afgestudeerd waren in ons eigen ‘bedrijf’ spraken we met z’n drieën af in de stad. Zo’n eetcafé dat alleen kipsaté op de kaart had staan. En bier. We vroegen elkaar hoe het nu ging, twaalf maanden nadat we ons diploma Small Business ophaalden. Iemand verkocht nu airconditioningsystemen. Een ander deed de logistiek van een groothandel in levensmiddelen. De eerste vertelde de tweede dat hij wel weer eens om opslag kon vragen. Ik realiseerde me dat elk gesprek over geld ging. Aardige jongens, daar niet van. Maar toen, en daar, wist ik dat ik weer ging studeren.
Sigur Rós – Ágætis Byrjun
Og einhvern veginnÉg kem alltaf niður aftur á sama stað
(And somehow
I always return to the same place)
De Free Record Shop ging dicht. Drie jaar had ik er gewerkt, in het filiaal op het station van Haarlem, maar het zou leeggeruimd worden. Op maandag al. Het was zaterdag, mijn laatste werkdag in die stationshal, waar alle albums die ik opzette doorboord werden door een trein die over het plafond donderde. Het laatste nummer dat ik in die Free Record Shop draaide was van Sigur Rós. Een nummer dat opbouwt tot grootste hoogten, maar in het slotstuk onherstelbaar in elkaar valt. Toen werd het stil en sloot ik de zware, houten deuren. Je kunt er tegenwoordig döner halen.
Roger Waters – Amused To Death
And the Germans killed the JewsAnd the Jews killed the Arabs
And the Arabs killed the hostages
And that is the news
Vroeger verstopten mijn zusje en ik het doosje van Amused To Death eens diep achterin de platenkast van mijn vader. Die malle aap die televisie keek, we moesten er niets van hebben. Later, toen muziek steeds belangrijker werd en de briljantie van Pink Floyd – en in het speciaal Roger Waters – tot me doordrong, steeg Amused To Death ongekend in aanzien. Toen ontdekte ik wat het eigenlijk was: een diep gewortelde aanklacht tegen massamedia, kapitalisme en oorlog die luistert als een auditieve film. Dat had ik als kind nog niet door, maar dat neem ik mezelf niet zo kwalijk.