mijn boeken

Recensies en reacties

Zo’n zes weken is Na Mattias nu uit. Het is allemaal al veel beter gegaan dan ik had durven hopen. Goede recensies, veel lezers, veel mooie reacties – en een Duitse vertaling is onderweg. Ik dacht: ik zet de recensies en reacties weer even op een rij. Ook zodat ik ze zelf niet vergeet.

‘Peter Zantingh weet de kleinheid van het verhaal met grootsheid te brengen.’ – DWDD-boekenpanel

‘Een hoopvol boek, over de menselijke veerkracht, en een pleidooi voor het goed om je heen blijven kijken.’ – NRC

‘Een ingenieuze constructie. Zantingh heeft weinig woorden nodig voor een verhaal dat toch veelomvattend is.’ – Het Parool

‘Zantingh geeft de verschillende personages op overtuigende wijze een eigen stem. In deze imponerende roman laat hij zien dat een dood meer impact heeft dan je misschien zou denken. Dat is, in zekere zin, een troostende gedachte.’ – HP/De Tijd

‘De vriendin van Mattias heeft zijn nieuwe fiets in huis staan, een nutteloos blinkende fiets. Een jongen wilde een koffiehuis beginnen met Mattias, een ander krijgt langzaam het besef dat hij alcoholist is, grootouders komen in beeld, een roadie vertelt over concerten. Als je verder in het boek komt merk je: Mattias is er nog, en dit proza draagt daaraan bij. Dit boek maakt die jongen groter en vereeuwigt hem. Mattias is niet alleen bij die vertellers en bij deze schrijver, hij is voortaan bij ons.’ – Jan van Mersbergen, De Revisor Lees verder

Standard
alledaagse dingen, mijn boeken

Autostoeltje

Mijn boek was een maand uit en ik ging hardlopen. Ik dacht aan Quentin, een personage uit mijn boek, die ook hardloopt, en daarna dacht ik aan iets anders, ik weet niet meer wat.

Daar liep ik, door de stad, langs de singel, en overal waren mensen. Allemaal waren ze naar buiten gekomen, de eerste mooie zaterdag van de maand. Ik wilde iedereen zijn: de jongen en het meisje op het terras van het Ledig Erf, de vriendengroepen in het gras van Lepelenburg, de mensen die een goede plek hadden langs het water in het Griftpark.

En ook weer niet. Want ík liep daardoorheen, ook ik was de lente, ook ik bewoog me door die zaterdag. Ik wilde ze zijn omdat ik ze zag, en door ze te zien wás ik ze ook een beetje.

Een man stond bij een auto te hannesen met twee onderdelen van een kinderstoeltje die maar niet in elkaar wilden klikken, maar een andere man stopte en hield de onderste helft stevig vast, zodat het wel ging, ze zeiden allebei niets, dat ding wel, namelijk ‘klik’, en toen werd de voorbijganger gewoon weer een voorbijganger.

Die mannen wilde ik ook zijn. De vanzelfsprekendheid van een vreemde helpen maar dat niet hoeven te benoemen, en dan weer vertrekken.

Ik moest denken aan een zin uit een recensie van mijn boek. Het is een pleidooi voor het goed om je heen blijven kijken.

Het is misschien wel het mooiste wat er tot nu toe over gezegd is. Omdat ik dat er ook mee bedoelde. Niet als iets wat het plot drijft, niet iets wat op de achterflap moest. Maar iets wat er steeds bij aanwezig zou zijn zonder het te benoemen. Het plot is die jongen die op zaterdagmiddag door de stad rent en wat daaronder ligt is het beeld van al die mensen die buiten zijn, die elkaar opmerken en aanvullen, en als je naar links kijkt is er een autostoeltje dat heel mooi in elkaar klikt.

Standard
mijn boeken

Reacties

Het is een week geleden dat Na Mattias uitkwam. Mensen vragen dan hoe ‘de reacties’ zijn. In het kort: goed. Niet zonder uitzondering, maar in grote meerderheid goed. Zie hieronder.

“Als een diamant die je uit de bodem haalt, slijpt en oppoetst, zie je tijdens het lezen steeds meer de diepte en de schittering van het leven van Mattias.” – een boekhandelaar, via Das Mag

“Ik denk dat je het boek tekort zou doen als je het een boek over rouw zou noemen. Zelfs als je het een boek over een sterfgeval zou noemen. (…) Er zit een mooie onderkoelde humor in. Er zit ook een herkenbare schets in van onze tijd. (…) Zo vertel je heel veel verhalen, kleine anekdotes en schetsen, of je zet een personage neer dat bijna om een eigen roman vraagt – om er weer te vertrekken. En dat vond ik eigenlijk de kracht van dit boek.” – een radiopresentator, op de radio

“Wat een mooi boek… waarin alles wat geschreven moet staat maar alles wat ongeschreven blijft zo duidelijk blijft rondzingen in mijn hoofd.” – een lezer, via Hebban

“De verschillende hoofdstukken kan je haast als kortverhalen beschouwen. De manier waarop je de personages impliciet karakteriseert, vind ik erg sterk. Het allermooiste hoofdstuk vind ik wat dat betreft Riet en Hendrik. (…) Verhaaltechnisch zit het bijzonder sterk in elkaar, de spanningsopbouw is doorheen heel het boek aanwezig, maar op het einde word je als lezer niet teleurgesteld. (…) ‘Na Mattias’ zal me het meest bijblijven om de manier waarop de verschillende personages met rouw omgaan en wat dat betekent voor bepaalde intermenselijke relaties – het ging me soms onder de huid zitten. Dat heb je echt bijzonder goed weten te vatten.” – een bekende, via e-mail Lees verder

Standard
mijn boeken

Twintig weken

Twintig weken had ik. Vier en een halve maand: een staartje lente en de hele zomer van 2016. Onbetaald verlof, opgenomen om zonder onderbrekingen aan mijn derde roman te kunnen schrijven. Natuurlijk was ik aanvankelijk bang dat er niets uit mijn vingers zou komen. Dat ik een paar beginzinnen zou uitproberen en weer verwijderen, om daarna de tijd vol te maken met Netflix en Football Manager.

Dat gebeurde niet.

Al snel ontstonden gewoontes. ’s Ochtends eerst yoghurt met muesli en fruit. Zwarte koffie. Daarna douchen: in het rekje, naast de shampoo, lagen wascokrijtjes om alvast ideeën op de tegels te kunnen kladden. Dan schrijven tot ik honger kreeg. De tijd nemen om te lunchen, een vol uur, eitje bakken, misschien even naar buiten. En in de middag weer schrijven. Rond vier uur hardlopen. Als ik tevreden was met wat er op papier stond, was ik klaar. Was ik dat niet, dan probeerde ik het ’s avonds nog eens.

Ik treuzelde, natuurlijk. Maakte playlists in Spotify. Wandelde naar het park, ging boodschappen doen, hing de was op. Toen het EK voetbal in Frankrijk bezig was, miste ik bijna geen wedstrijd. In de rust schreef ik soms snel een paar honderd woorden.

De eerste versie van Na Mattias schreef ik in zes weken. Ik twijfelde veel. “Wordt dit wel iets van enige kwaliteit?” schreef ik op 29 juni in mijn dagboek. “Vanavond ben ik voor de derde keer vandaag gaan zitten om 1.500 woorden te schrijven. Ik haalde die eindstreep, maar is dat enige prestatie? Dat ik in elk geval niet stilval? Ik weet het niet. Ik weet wel dat mijn boek nu zwak is qua spanningsboog en stijl.”

Maar dat verhaal moest eruit, blijkbaar: 75.000 woorden in zes weken.

Het restant van mijn verlof spendeerde ik aan een tweede versie. Ik liet het ondertussen aan niemand lezen, ook aan mijn vriendin niet. Het was belangrijk voor me dat het mijn verhaal bleef. Dat ik zelf oplossingen zou verzinnen voor personages die niet tot leven kwamen of fouten in het plot. Dat alles in míjn hoofd zou ontstaan.

Halverwege wist ik: dit ga ik afmaken. Ik wist het zeker. Ik zag het voor me, de weken nog te gaan, de hoofdstukken nog te gaan. Totale controle. Nooit daarvoor en nooit daarna heeft het schrijven zo goed gevoeld.

Later, natuurlijk, toen werd het alsnog moeilijk. In losse schrijfmaanden verdeeld over 2017 had ik aan de derde en vierde versie gewerkt. Ik liet het aan steeds meer mensen lezen, peilde de reacties, maakte aantekeningen. Ik had mezelf toch deels voor de gek gehouden. Wat ik in die twintig weken gemaakt had, had ernstige gebreken. Het was een halffabrikaat. Steeds weer moest ik mijn personages in de ogen kijken en vragen: wat wíl je?

Afgelopen december bracht ik een lang weekend door met het eerste hoofdstuk, terwijl het geen haar beter werd. “Niet eerder tijdens het schrijven van dit boek heb ik me zo dicht bij een depressieve staat van zijn gevoeld als deze drie dagen”, schreef ik die avond in mijn dagboek. Ik stuurde mijn redactrice, die de vijfde versie verwachtte, een lange mail. Zonder bijlage.

Een week later, op de bank op zaterdagavond, laptop op schoot, lukte het toch. Zin voor zin. Voorzichtig, alsof ik het besloop. Daarna wist ik dat mijn boek af was.

Op de allerlaatste dag van mijn schrijfzomer, een zondag, begin september 2016, hing ik na het douchen op ons net opgemaakte bed. Het was voorbij, het was klaar. Mijn vriendin kwam naast me liggen. Ik zei: “Dit was mijn avontuur. Ik werd er heel gelukkig van.” En zij zei: “Dan is het een goede beslissing geweest.”

Dit stukje verscheen afgelopen zondag als gastcolumn op Hebban.nl. Na Mattias verschijnt morgen, woensdag 7 maart.

Standard
mijn boeken

Na Mattias

De afgelopen twee jaar werkte ik met tussenpozen aan mijn derde roman. Nu is hij af: dinsdagavond leverde ik de definitieve versie van Na Mattias in. Hij komt uit bij Das Mag en begin maart ligt ie in de winkel. Ik ben er heel erg trots op. Hier kun je ‘m alvast pre-orderen. Hier is de Goodreads-pagina en hier de Hebban-pagina.

Standard